Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER0995

Een mop (tijdschriftartikel), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Iemant sat met een juffer en praete van alderhande buytenplaysieren. 'Het vincken inderdaet', seyde sij, 'is niet onvermaeckelijck. Ick hebbe met mevrouw Jacoba wel 100 mael alleenig op het vincketouw geseten, dat het bijloo soo koudt was dat men klippertande. Ja, dickwels dat mevrou mij badt dat ik haer toch een vinck soude brengen om haer handen aen te warmen.' R. 'Ey lieve, als ghij weer uytgaet, neemt mij mee, ick sal daer altoos wel oppassen.'

Beschrijving

Een man zit wat met een dame te praten over allehande buitenactiviteiten. De juffrouw geeft aan dat zij het vangen van vinken niet onaardig vindt. Zij heeft met mevrouw Jacoba al wel 100 maal op het vinkentouw gezeten en het kon daarbij zo koud zijn, dat ze ervan klappertandde. 'Ja,' vervolgt het vrouwtje, 'het gebeurde regelmatig dat mevrouw aan mij vroeg om haar een vinkje te brengen zodat ze daar haar handen aan kon warmen.' Waarop de man zegt: 'Ach liefje, als u weer uitgaat op vinkenjacht, neem mij dan maar mee. Ik zal daar dan wel voor zorgen.' (Zie opmerkingen)

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Vink is ook een platte benaming voor de penis. Hij wil dus in het vervolg wel mee om de dames op te warmen, maar dan wel op een andere manier dan zij bedoelen.

Naam Overig in Tekst

Jacoba    Jacoba   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20