Hoofdtekst
Twee jongens op den Dom 't Utrecht zijnde om een nest van spreuwen te stooren, alwaer den één vijf jongen in vondt en drie voor hem bedong, den anderen die hem bij de voeten vasthiel, daertegens protesteerende, dreygde hem los te laten. R. 'Neen, begint niet, wat sou ick dan voor mijn moeyte hebben.' R. 'Wil j'et dan niet doen, Jan.' R. 'Neen ick.' R. 'Sie, daer leg je dan.' Hij juyst t'alle geluck in een kalckhock vallende riep na boven siende: 'Nou sel j'er oock begut niet eene spreuw van hebben.'
Beschrijving
Twee jongens willen klimmen in de Dom van Utrecht om een nest jonge spreeuwen te roven. De ene vindt vijf jongen in het nest, waarvan hij er drie voor zichzelf wil houden. De jongen die hem echter bij de voet vasthoudt, protesteert daar hevig tegen en dreigt hem los te laten. Degene die tussen hemel en aarde hangt, smeekt hem het niet te doen, want wat zou hij dan voor al zijn moeite hebben? De andere vraagt hem dan: 'Wil je het dan niet doen Jan?' (Hij bedoelt dus het inpikken van drie van de vijf spreeuwen.) Jan antwoordt: 'Nee', maar dat begrijpt de ander waarschijnlijk verkeerd en laat hem los, onder de gevleugelde woorden: 'Zie, daar lig je dan.' Met veel geluk komt Jan terecht in een kalkhok en roept dan naar boven: 'Nu zal je er bij god ook geen spreeuw van krijgen!'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Kalkhok: loods tot het bereiden en bewaren van kalk (en andere metselspecie). (Woordenboek der Nederlandsche Taal, s.v. kalk (983).)
Naam Overig in Tekst
Jan   
Naam Locatie in Tekst
Dom   
Utrecht   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
