Hoofdtekst
Een quam sijn buyrman te troosten, seggende: "t Is mij leet dat u huysvrou de reys na den hemel genomen heeft.' R. 'Ick ben je daervoor seer verobligeert en wensch dat je daer noyt meugt komen.'
Beschrijving
Een man gaat naar zijn buurman om hem te troosten na het overlijden van diens vrouw, waarbij hij zegt: 'Het doet mij verdriet dat je vrouw haar reis naar de hemel heeft aangevangen.' De weduwnaar bedankt zijn buurman daarop wat onhandig: 'Ik ben je hiervoor (de blijk van medeleven) zeer dankbaar en ik wens dat je er nooit zult komen.' (Zie opmerkingen.)
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
De weduwnaar bedoelt te zeggen dat hij hoopt dat de buurman nooit in de verdrietige situatie zal komen als waar hij nu in zit, maar het komt er wat onhandig uit. Nu lijkt het immers alsof hij bedoelt dat hij hoopt dat zijn buurman nooit in de hemel zal komen.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20