Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Gelre002 - Dit is den Oirspronck der Voechden, Grauen ende Hertogen met haer Cronijcken des Landts van Gelre.

Een sage (boek), 16e eeuw

Draak Gelre 3.jpeg

Hoofdtekst

Dit is den Oirspronck der Voechden, Grauen ende Hertogen met haer Cronijcken des Landts van Gelre.

Int Jaer ons heere viij.C.ende lviij. (zie opmerkingen) doe Kaerlo de Caluo Keyser was / is in dat Crisdom van Colen een groote wijde plaetse gheweest / daer nu die Stadt van Gelder staet / bij die Heerschappije van Ponth / ende in die selue plaetse was een groot fenijnich Beest / ende dede inden Lande vele quaets / het verslon vele Minschen ende Beesten / also dat die luyden vele vloden van daer omtrent wt vreesen / het hadde vierige oogen / diemen wel by nachte sien mocht / ende men hoorde dat dit Beeste somtijts riep Gelre / Gelre. Ende die Heer van Ponth leet oock groote schade van dit Beest. Dese Heere hadde twee Sonen dat heerlijcke Mannen waren / genaemt Wychardus / ende Lupoldus / sy gingen by nacht doer rade haers Vaders / ende verwonnen dit vreesselick Beest doer die cracht Gods / waerom dat Volck seer verblijt was. Dat volck gaf haer onder die twee gebroeders / ende kozen die tot hare Princen / ende Voechden. Sy maecten daer een Borcht / ende noemdent Gelder op die plaetse daer sy dat Beest versloegen, ende daer heeft tgeheele Lant synen name van. Sommige Landen ende Steden zijnder by gekomen / wt den Graefschappe van Cleue / ende van Tysterbandt welck dier zijdt (?) den name verliet. Oock segghen die dommige dattet van Tslot Gelduba coemt / dat ghelegen was tusschen Nuys ende Santen / als Tacitus beschrijft. Die Heeren van Ponth / ende Gelder voerden in haer Wapen een Schilt met drie witte Mispelbloemen. Daer zijn acht Vochten van Gelder geweest. Otto van Nassouwen verwerf van Keyser Henrico / dat Gelder een Graefschap wesen solde / Int jaer .M..ende.lxxix. Daer na zijnder negen Grauen geweest. Ende Graue Reynolt verwerf van den Keyser dat t Landt van Gelre een Hertochdom mocht werden / etc.

Wychardus ende Lupoldus / Heeren van Ponth syn ghemaect dye Eerste Voechden van Geldre vanden Keyser Caerle de Caluo / doemen schreef viij.C. ende lxxviij. Sy timmerden een stercke Borcht mit een Casteel Geldre genaemt / op een plaetse daer si een groot fenynich Beest versloegen / dwelcke groote schade inden Landen dede / het verslan Menschen ende Beesten. So hebben dese twee gebroeders Wychardus ende Lupoldus Heeren van Ponth / die eerste Heeren ende Voechten van Gelre tsamen geregiert xxvi jaer / ende Tlant in Heerlicheden vermeerdert / sy zyn ryck ende salich geworden. Ende als Lupoldis gestoruen was / so wert Wychardus alleen Voecht van Gelre / ende Heer van Ponth / Want die Heer van Ponth zyn Vader oock sterf. Hij hadde te Wyue die Dochter vanden Graue van Zutphen / ende gewan daer aen een Sone genaempt Gerlacus / die na hem Voecht van Gelre wert by Keyser Urnulphus tyden. Dese Wychardus sterf / doen hy vi. Jaer geregiert hadde na zyns Broeders doodt.

Onderwerp

TM 3113 - De draak van Gelre    TM 3113 - De draak van Gelre   

Beschrijving

In een grote, wijde vlakte waar nu het plaatsje Geldern ligt, is in de negende eeuw na Christus een groot beest geweest dat veel ellende veroorzaakte. Hij verslindt mensen en dieren en uit angst vluchten steeds meer mensen. Hij heeft ogen die sterren als stralen in de nacht en hij heeft een strijdkreet die klinkt als 'Gelre, Gelre'. De gebroeders Wychardus en Lupoldus, zonen van de heer van Pont trekken tegen het beest ten strijde. Ze verslaan het, waarop de overgelukkige bevolking zich vrijwillig aan hen onderwerpt en de gebroeders als hun voogden verkiezen. De mannen bouwen een kasteel op de plek waar ze de draak verslagen hebben. Ze dopen die burcht 'Gelder', naar het geschreeuw van het beest. Samen regeren zij 26 jaar en als Lupoldus (kinderloos) overlijdt, regeert Wychardus nog zes jaar alleen door. Hij is getrouwd met de dochter van de graaf van Zutphen. Hun zoon Gerlacus volgt zijn vader op.

Bron

Dit is den Oirspronck der Voechden, Grauen ende hertogen met haer Cronijcken des landts van Gelre. (Signatuur Universiteitsbibliotheek Groningen: HANDS 585. Microfilm: MICRO 771.)

Commentaar

Zestiende eeuw
Deze tekst vertoont bijzonder veel gelijkenissen met de uitgave die gedrukt is in Nijmegen bij Peter van Elszen in ca. 1546. De tekst wijkt wel een weinig af vanaf de plek waar een verklaring wordt gegeven voor de naam van het kasteel tot aan de benoeming van Gelre tot hertogdom. In de catalogus van de Universiteitsbibliotheek van Groningen wordt zelfs aangegeven dat het de Nijmeegse druk is. Dat moet onjuist zijn, al was het maar omdat de weergave niet letterlijk dezelfde is. Dat de tekst die door Van Elszen gedrukt is, meer dan alleen inspiratiebron is geweest, blijkt als de opsteller van deze tekst exact dezelfde fout met het jaartal in de eerste regel maakt.
De tekst is zo getrouw mogelijk weergegeven. De abbreviaturen zijn wel opgelost en een evidente drukfout is ook verbeterd (Tacius in plaats van Tacitus). De 'ij/y' wordt afwisselend gebruikt. De wisselende spelling is hier overgenomen.
De draak van Gelre

Naam Overig in Tekst

Kaerlo die Caluo (Karel de kale)    Kaerlo die Caluo (Karel de kale)   

Gelre    Gelre   

Wychardus    Wychardus   

Lupoldus    Lupoldus   

God    God   

Cleue (Kleve)    Cleue (Kleve)   

Tysterbandt (Teisterband)    Tysterbandt (Teisterband)   

Nuys (Nuis)    Nuys (Nuis)   

Tacitus    Tacitus   

Otto van Nassauwen (Otto van Nassau)    Otto van Nassauwen (Otto van Nassau)   

keyser Henricko (keizer Hendrik)    keyser Henricko (keizer Hendrik)   

graue Reynolt    graue Reynolt   

Gerlacus    Gerlacus   

Keyser Urnulphus (keizer Urnulphus)    Keyser Urnulphus (keizer Urnulphus)   

Naam Locatie in Tekst

Colen (Keulen)    Colen (Keulen)   

Gelder (Geldern)    Gelder (Geldern)   

Ponth    Ponth   

Gelduba    Gelduba   

Santen (Xanten)    Santen (Xanten)   

Zutphen    Zutphen   

Gelderland    Gelderland   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20