Hoofdtekst
In den tijd van Karel de Kale liet zich in het land beneden Keulen een schrikwekkend monster zien, dat ver in het rond gevreesd werd en menschen en dieren verslond, zoodat velen het land verlieten.
Toen de zonen van Otto, heer van Pont, die in de nabijheid zijn bezittingen had, dat vernamen, besloot de oudste van beiden, Lupold, uit te rijden om het monster te bestrijden.
Hij vond het, zooals men hem verzekerd had, onder een mispelboom, waar het neerlag en voortdurend ,,Gelre, Gelre'' riep. Zijn oogen sproeiden vuur en fonkelden als sterren in den nacht, maar dat weerhield heer Lupold niet. Hij ging hem moedig tegemoet, het zwaard geheven, streed met hem en overwon hem na harden kamp.
Tot dank voor deze daad kozen hem de bewoners der streek tot hun heer, en hij bouwde er een slot, dat hij, naar het geschreeuw der draak, Gelre noemde.
Daar hij geen kinderen naliet, volgde zijn broer Wichard hem na zijn dood op: deze huwde later met de dochter van graaf Herman van Zutphen en werd stamheer van het huis Gelder.
Onderwerp
TM 3113 - De draak van Gelre   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Gelre   
Karel de Kale   
Otto   
Lupold   
Wichard   
Herman   
Naam Locatie in Tekst
Keulen   
Pont   
Zutphen   
Gelder   
