Hoofdtekst
Matthijs Roemer, agent van desen staet tot Hamburg, kreeg van Haer Excellentiën Coenraed van Beuningen, Godaert van Reede, heer van Amerongen, ende monsieur Viersen, 2 paerden in sijn bewaering, alsoo sij daermede niet overwegh konden. Eenigen tijt daerna schreef hij aan haer na Koppenhage, alwaer sij als ambassadeurs resideerden. 'Ick laet deheren weten, als dat het grootste paert mij bevolen over 14 daegen deser werelt is overleden; het andere soude mede desleve gangen gegaan hebben, heb het echter met de naerstigheyt voorkomen, soodat het weder tot sijn vorige gesontheyt is geraeckt, doch niet sonder velies van sijn been, 'twelcke ik hebben laeten afsetten omme de rect te conserveren, 'twelck oock wel geluckt is. Hare Excellentiën kunnen resolveeren, of sij het per as of per mare believen gesonden te hebben.'
Beschrijving
Matthijs Roemer (zie opmerkingen), als vertegenwoordiger namens Nederland werkzaam in Hamburg, krijgt een tweetal paarden in bewaring van mannen die niet met de dieren overweg konden. Hij schrijft later naar deze mensen (dan ambassadeurs in Kopenhagen) over de welstand van hun geschenk. Eén van de twee is inmiddels overleden en de andere zou dezelfde weg gegaan zijn, ware het niet dat het dier door het afzetten van een been gered kon worden. Nu kunnen de heren met elkaar overleggen of zij het per koets of per boot ontvangen willen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Matthijs Roemer: diplomaat, onder meer resident in Hamburg en Lübeck.
Naam Overig in Tekst
Matthijs Roemer   
Coenraed van Beuningen   
Godaert van Reede   
Koppenhage (Kopenhagen)   
Naam Locatie in Tekst
Hamburg   
Amerongen   
Viersen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
