Hoofdtekst
Dorothé was weduwe geworden van een rijck man, die haer erfgenaem hadde gemaeckt. Sij geliet sigh seer droevig, maer een van haer vriendinnen, bij haer komende, begin haer te troosten. R. 'Men moet sigh soo sot niet aanstellen. Gij zijt een moye rijcke weduwe, gij zult wel weer een man krijgen.' R. 'Jae, was dat oock niet: ik verhing mij selfs van droefheyt.'
Beschrijving
Dorothé is weduwe geworden. Haar man was rijk en heeft haar erfgenaam gemaakt. De weduwe houdt zich zeer droevig. Eén van haar vriendinnen komt haar troosten en zegt dat ze ook niet moet overdrijven: tenslotte is nu een mooie, rijke weduwe en daarom zal ze snel genoeg weer een man krijgen. Daarop antwoordt Dorothé: 'Ja, maar als dat niet zo was, zou ik mezelf van verdriet ophangen.' Hier blijkt de liefde van de vrouw: niet vanwege het verdriet voor haar man zou zich ophangen, maar vanwege haar eigen toekomstbeeld.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Dorothé   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
