Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER1350

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Maij Korsels, het viswijf, vroeg: 'Jé juffer, hoe zijn uw hantjes soo wit?' R. 'Sij komen noyt in de zon.' R. 'Mijn mans akers oock niet, nogtans zijn se so swart.'

Beschrijving

Het viswijf Maij Korsels vraagt: 'Zeg juffertje, waarom zijn jouw handjes zo wit?' Het vrouwtje antwoordt: 'Zij komen nooit in de zon.' Waarop het viswijf antwoordt: 'Mijn mans ballen ook niet, maar ze zijn toch zo zwart als wat.' (Zie opmerkingen.)

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Akers: Het Woordenboek der Nederlandsche Taal spreekt niet over een mogelijke dubbelzinnige betekenis van het woord, maar er zijn twee argumenten vóór het dubbelzinnig lezen: het karakter van de bundel van Van Overbeke (waarin nogal wat sexueel en scatologisch geladen grappen in zijn opgenomen) en één van de originele betekenissen van het woord: eikel, of eikelvormig (welke betekenis op zichzelf aanleiding zou kunnen geven voor een 'schuin' gebruik). Dat de vrouw viswijf wordt genoemd, hoeft niet per sé negatief te zijn. De nu bekende negatieve lading was niet algemeen verbreid in de zeventiende eeuw. De strekking van de grap is, dat de man een zwarte scrotum heeft, omdat hij zich nooit (daar) wast.

Naam Overig in Tekst

Maij Korsels    Maij Korsels   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20