Hoofdtekst
Daer toe dyent oick eyn exempel, detmen leest ynder vader boeck, woe eyn geestlick vader hoerd van twen oitmoedigen verduldigen bruderen seggen ende genck tot on om sie te besuecken, offt oick ynder waerheit alsoe weer. Doe sie toe samenne oer ghebet ghedaen hadden, doe genck die vader mit on yn oer haefken ende nam sijnen staff ende sloich myt grote haesticheit op oer kruyt ende verdarff al oer moes. Doe die bruder dit sagen, do en spraken sie nyet eyn smelick woert, dan sie gengen gutlick weder myt deen vader yn oer celle ende beden. Doet quam toe vespertijt, doe spraken die brueders tot den vader: "Lyeff vader, et is te hants etens tijt; wyldy dat wy gaen ende bereyden u dat selve moeskens dat daer bleven is, dat wy dat toe samen eten ?" Doe dat die vader hoerde, doe voel hie voer oen toe voeten ende sprack: "Got sy gelavet, want ick sie dat die hillige geest yn yu woent". Aldus mach men oick eyn suster merken als oer musken van bynnen geruert wert.
Beschrijving
Een geestelijk vader bezoekt twee vrome broeders en bidt met hen. Tegen het middageten vertrekt de geestelijke en de broeders zien hem geslachtsgemeenschap hebben. Ze zeggen er niets van, maar gaan weer naar de cel van de geestelijke vader om te bidden. Als het tijd is voor het avond-eten, vragen de broeders of hij hetzelfde hapje belieft als die middag. Nu krijgt de geestelijke berouw en komt hij tot inkeer.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953. Tweede afdeling. Exempelen uit de spegel der susteren. Pagina 12-13
Commentaar
15de eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20