Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS061

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Exempel. Daer af leest men vanden quaden keyser iulianus, die een wt gheloepen moenc was, ende daer na keyser waert. Doen ghinc hi omme met toevereyen ende metten viant. Op eenen tijt soe bemaende hi den viant, ende hi hiet hem een boetscap doen. Doen was die viant X dage wt, eer hi weder quam. Doen seide die quade keyser: „Waer hebdi aldus lange gemeert?" Doen seide die viant: „Al hebbe ic nochtan lange ghemarret, ic en hebbe niet ghedaen, want ic en mochte niewaers dorre, want daer sat een heilich cluseneere, die badt eenpaerlike. Ende sine bedinghe ghinc over alle die werelt tot inden hemel toe, ende aldus en mochte ic niewers dore, noch boven noch te gheenre siden. Ende ic hebbe aldore ghebeit oft hi enegen tijt af laten soude van biddenne, ende hi en heeft niet afgelaten". Doen vragede die keyser: „Hoe mach hi eenpaerlike bidden nacht ende dach ?" Doen seide die viant: „Een goet mensche bidt altoes met allen sinen levenne". Ende aldus crachtich es die bedinghe vanden goeden mensche, ende benemt den viant sine macht.

Beschrijving

Keizer Julianus was vroeger een monnik en daarna keizer. Toen hij keizer was ging hij om met de duivel. Op een dag gaf hij de duivel een opdracht, die vervolgens tien dagen weg bleef. De keizer was daar boos om, maar de duivel zei dat hij werd gestopt door een heilige kluizenaar. De keizer snapt niet dat de kluizenaar dag en nacht kan bidden, waarop de duivel zegt dat een goed mens altijd bid zijn hele leven lang.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 42

Naam Overig in Tekst

Julianus    Julianus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20