Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS060

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Exempel. Ende hier af leest men een exempel, scrijft beda, dat in ingelant was een ridder die was eerrachtich van wapenen, mar hi was zeere ghecorrumpeert van doechden ende van goeden seden. Dese ridder was te menegher tijt vermaent van sijnre salicheit, mar hi en wilde sijn leven niet beeteren. Het gheviel dat hem aen quam eene groote siecheit, vander welcker siecheit dat hi starf. Die coninc quam tot hem, want die coninc was een goet man, ende hi vermaende desen ridder dat hi sijn biechte soude spreken, het welcke dat dese ridder alte male weder seide, ende seide: „Heere coninc, soude ic dat doen, soe souden die lieden wanen dat ic dat dade wt vresen vander doot". Ende hi seide dat hi noch tijts ghenoech hadde. Doen wies op hem die siecheit. Ende die coninc quam des ander daghes weder tot hem, ende visenteerdenne. Ende die coninc badt hem met neersticheiden dat hi hem soude biechten. Doen antworde die ridder, ende seide: „O heere coninc, het es nu te spade, bi dien ic ben gheoerdeelt eene cleyne tijt. Eer ghi hier quaemt, quamen twee inghelen, tot minen voeten een ende tot minen hoefde een, ende si seiden: „Dese es doot. Laet ons besien oft wij enich recht in hem hebben", Ende siet, die ene trac wt sinen boesem eenen boec, ghescreven met guldenen letteren, in den welcken, al waest dat ic niet en conste lesen, ic las ende verstont een lettel doechden die welcke ic dede in mine ioncheit, eer ic hoefsonde dede, omme het welcke ic mi seere verhief. Siet, twee swarte viande quamen daer, die welcke die ene brochte eenen grooten boec, daer in waren ghescreven alle mine quade wercken die ic dede van minen kintschen dagen. Ende die twee viande seiden totten inghelen: „Wat staet di hier ? ghi en hebt gheen recht in hem, ende u boec was binnen menich iaren nerghens toe goet". Doen antworde[n] die inghelen: „Si segghen waer. Laet ons gaen wech". Dit aldus ghedaen, die viande voer seit hebbende scarpe swaerde, die eene tot minen voeten, die ander tot minen hoefde, ende siet, si slaen op mijn oghen, ende ic hebbe verloren mijn sien. Ende van minen voeten comen si tot mijnre herten. Ende als hi dit seide, soe gaf hi sinen onsaleghen gheest, ende starf onsallichlike. Ende dat was om dat hi gheenen rouwe en hadde ghehadt in sinen levenne, soe en hadde hi oec ghenen rouwe in sijn inde, ende daer omme soe dede hi een quaet inde.

Beschrijving

Een ridder uit Engeland nam het niet zo nauw met goeden zeden en na verloop van tijd leed hij aan een ernstige ziekte. De koning wilde voor de man gaan biechten, zodat hij in de hemel terecht zou komen. De man zei dat hij nog genoeg tijd had en niet wilde biechten. Op een dag is het te laat, want de duivels kwamen hem halen. Dit kwam omdat hij heel zijn leven onzedig was geweest. Hij droeg daarom het kwaad in zich.

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 40-41

Commentaar

De Heilige Beda of Baeda, bijgenaamd Venerabilis (= de eerbiedwaardige) (Northumbria, 672 of 673 - Jarrow 25 mei 735) was een Engelse monnik, bijbelgeleerde en geschiedschrijver. Hij werd in 1899 door paus Leo XIII erkend als kerkleraar. De viering van zijn feest voor de Rooms-Katholieke Kerk valt op 25 mei.
Hij wijdde zijn werkzame leven aan studie, geschiedschrijving en bijbelonderricht. Hij putte zijn kennis uit de bijbel en uit de geschriften van de Latijnse kerkvaders. (Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Beda)

Naam Locatie in Tekst

Beda    Beda   

Engeland    Engeland   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20