Hoofdtekst
Teunis Joosten was welbore man in de heerlijckheyt van Veur. Hij ’s ogtens soo ras als hij opstont nae ’t stathuys toe. R. ‘Wel buyrman, waer soo vroeg en soo schielijck na toe?’ R. ‘Nae het stadhuys, ik ben een welbore man geworden.’ R. ‘Gij siet er so schricklijck gruysigh uyt, hebt gij uw hayr wel gekemt?’ R. ‘Luy van mijn fatzoen hebben geen tijt om daer op te letten.’
Beschrijving
Teunis Joosten is een grootgrondbezitter (zie opmerkingen) geworden. Zo snel hij kan, gaat hij 's ochtends naar het stadhuis toe. Zijn buurman vraagt hem: 'Nou buurman, waar ga je zo vroeg en zo snel naar toe?' Het antwoord: 'Naar het stadhuis, ik ben een grondbezitter geworden!' 'Maar man, je ziet er zo smoezelig uit, heb je je haar wel gekamd?' Uit de hoogte: 'Lieden van mijn stand hebben geen tijd om zich daar mee bezig te houden.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Welbore man in de heerlijckheyt:
Naam Overig in Tekst
Teunis Joosten   
Naam Locatie in Tekst
Veur   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
