Hoofdtekst
Juffrouw Van Daelen, een fameus hoertjen, hadde sigh getransporteert naer Uijtrecht, vanwaer sij een brief schreef aen den capitein Jacob Aerssen, daer onder anderen instont, dat se hem op sulcken dagh in haer huys soude verwagten en dat hij niet sou schromen te komen, alsoo sij heel wel gelogeert was en heerlijk onderhouden wiert, ja, dat sij nu wel 6 mael beter was als in de handen van dien goddelosen Amerongen. De meyt die desen brief aen de schuyt soude brengen had deselve laten vallen, soodat deselve in verkeerde handen raeckte en onder anderen quam den heer Pieter Kloeck deselve te lesen, die mij strax vroeg of ik J. Aerssen, juffrouw Van Daelen en Amerongen wel kende? R. ‘De heren kenne ik wel, maer de juffer niet.’ R. ‘Wel, die Amerongen moet een braef kaerel wesen.’ R. Wel ja ‘et, maer hoe soo?’ R. ‘Ik sluijt het daeruyt, omdat een hoer soo qualijck van hem spreeckt.’
Beschrijving
Juffrouw Van Dalen, een erkende slet, heeft zich in Utrecht gevestigd. Daar schrijft zij een brief aan kapitein Jacob Aerssen, waarin ze schrijft dat ze de man toch zeker een keer bij haar thuis verwacht. Ze heeft het nu veel beter voor elkaar dan bij die godeloze Amerongen. Het dienstmeisje die de brief naar de (trek)schuit moet brengen, verliest hem waardoor hij in verkeerde handen terechtkomt. Pieter Kloeck krijgt de brief ook te lezen en die vraagt gelijk aan de ik-figuur of hij de personen kende. Die antwoordt: 'De heren ken ik wel, maar dat juffrouwtje niet.' Volgens Kloeck moet die Amerongen een beste vent zijn. Dat bevestigt de ander, maar hoe weet Kloeck dat? 'Als een hoer slecht over hem spreekt, kan ik dat wel concluderen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Juffrouw Van Dalen   
Jacob Aerssen   
Pieter Kloeck   
Naam Locatie in Tekst
Utrecht   
Amerongen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
