Hoofdtekst
Exempel. Het was een coninc, die hadde een dochter, ende sou regierde sijn huus, sijn palays, ende dede groete wercken van ontfaermicheden ende veel duechden onder tvolc. Sou was met allen devoet ende goet van levene. Sou gaf haren vader den coninc te kennene dat sou gheerne ghetrocken hadde in een cloester. Hij meender wijselic met te levene, ende ghinc den paus te rade. Ons heleghe vader, de paus aenmercte de groete duechden die sou dede. Hij riet dat sou bleve also sou was, want hem dochte so mochte also vele verdienen of meet also doende, al of sij in een cloester ghetrocken hadde. Sou bleef in haers vaders huus. Up eenen tijt so wart sou haer oeghen slaende met minnen up een vanden dienlinghen. Ende sou mesdeder mede ende ontfinc een kint. Alst aldus met haer ghevaren was, so wart sou met allen drouve. Sou ghinc te rade eenen quaden wive, die haer riet haer kint te bedervene. Sou deedt, ende haer vrucht wart bedorven. Doe wart sou noch veel drouver. „Och, peinsdese, wat hebbe ic ghemaect ? Ic hebt nu al qualic begaet". Ende ghinc met allen seere al drouve. Haer vader, de coninc, dit merckende, hij en wiste niet wat sou hadde, ende riet haer te treckene in een religioen. Sou deedt. In een cloester sijnde, sou leefde so helichlic van buten om sien, dat sou hem scheen allen te boven gaende. Sou quam van levende live ter doot. Als sou een poese doot gheweest hadde, so vertoechdese haer der abdessen vanden cloester, ende gaf haer te kennen hoedt met haer stont. ende seide haer dat sou euwelic verdomt was. Doe vraechde de abdesse hoe dat wesen mochte, want daer niement en was die so wel scheen levende als sou, ende was een exempel van hem allen. Sou seide, haer leven hadde goet gheweest, hadde sou niet heymelic een sonde onder haer ghehauden. Want sou die sonde van scaemten niet biechten en dorste. Ende daer omme moeste sou euwelic verdomt sijn.
Beschrijving
Een koning had een dochter die goed leefde en zich zou gaan ontfermen over de deugden onder het volk. Ze wilde in het klooster gaan, de koning ging daarop de Paus te rade. Op een dag wordt de dochter verliefd op een van de dienaars en ze werd zwanger. Ze was zo bedroef en vroeg iemand om haar te helpen. Die vrouw doodde het kind, waardoor de dochter nog bedroefder werd. Daarna ging ze toch nog in het klooster. Toen ze overleed zeiden de abdessen deze vrouw eeuwig verdoemd zou zijn, omdat ze haar zonde nooit durfde op te biechten.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle 1953, pagina 44-45
Commentaar
1463
Naam Overig in Tekst
Paus   
Datum Invoer
2013-03-01 12:26:03
