Hoofdtekst
Vijf varckendrijvers raeckten aen het praeten van het geluck der koningen. ‘Ja’, sey de eerste, ‘dat ik coning was, ik soude mijn varckens te paert drijven.’ En seijde de ander, ‘’k Sou niet als vet willen drincken.’ De 3e sey: ‘Dat mij sulcx te beurt viel, ik sou niet als speck willen eten.’ ‘Ik’, sey de 4e, ‘soude mij heele dagen op een hoywaegen met de buyck omhoog door ons dorp laeten voeren.’ De 5e sweeg stock stil. R. ‘Wat is dat te seggen, soud gij niet doen als gij coning waert?’ R. ‘Wat sou ik doen; gij lie hebt het beste al gekosen.
Onderwerp
AT 1925 - Wishing Contests   
ATU 1925 - Contest in Wishing.   
Beschrijving
Vijf varkensmenners praten over het leven van koningen en hun voorrechten. ‘Ik zou,’ zegt de één, ‘als ik koning was, op een paard gezeten mijn varkens mennen.’ De tweede zegt: ‘Ik zou niets anders dan vet willen drinken.’ De volgende vult aan: ‘Als ik dat geluk had, zou ik niets anders willen eten dan spek. De vierde: ‘Ik zou me de hele dag door het dorp laten vervoeren op een hooiwagen, liggend op mijn rug.’ De vijfde zegt niets, waarop de anderen vragen of hij niet iets zou doen als hij koning was. Dan antwoordt de man: ‘Tja, wat moet ik doen? Jullie hebben het beste al uitgekozen.’
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Wishing contests
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
