Hoofdtekst
Van een jongen knaap.
In een klooster bracht men eens een jongen knaap, maar
de monniken waren oud, en de knaap had niemand, om
mede te spelen. Daarom dwaalde hij door 't klooster,
en hij kwam in het koor, en aldaar stond een altaar
van Maria, de hemelsche koninginne, en den zoeten
Jezus op haar schoot. De knaap zocht alom, doch ach!
hij vond niemand, om mede te spelen, en daarom
ging hij naar Maria terug, daar zij een kindeke droeg,
dat glimlachte tot den knaap. Toen Maria hem zag,
en wist, wat hij verlangde, toen nam ze haar kindje
van haar schoot en zette hem op het altaar, en de knaap
naderde het, handeklappend en gelukkig. En het speelde
met Jezus.Maria gaf hem en Jezus ieder een appel, en ze speelden
zeer liefelijk tezamen. De knaap kwam iederen dag weerom,
en elken dag gaf hem Maria een appel, om te spelen met
het kindje Jezus.
Eens miste de abt van het klooster den knaap, en hijzocht overal.
En hij meende, dat de knaap wel buiten het klooster zou spelen,
want het weder was schoon, en de tuin vol met zonnelicht.
Daarin spelen de knapen gaarne. Doch niet in den tuin vond hij
den knaap. Toen zocht hij in het klooster en ten laatste kwam hij
in de kerk, en hij zag tot zijn schrik, dat het knaapje
speelde met Jezus' appel. En de abt kwam naderbij, en hij hoestte.
Toen de knaap dit geluid hoorde, was hij zeer verschrikt,
en hij snelde weg van het altaar, met Jezus'
appel in de hand. En de overste ging tot Jezus, en deze
had geen appel in de hand, en daarom meende de overste,
dat de knaap Jezus' appel had gestolen. Hij riep het knaapke
tot zich en berispte hem.
"Breng Jezus de appel weerom!" Het knaapje was
zeer bedroefd, en hij zeide:
"Jezus! hier is uw appel en ge zijt een stoute klikkepot!"
Maar Maria, onze Lieve Vrouwe, ze wilde niet, dat Jezus
en de knaapke geen goede vrienden bleven, en
ze verzoende hen weder, dat 't knaapje weer lachte, en
weer met Jezus wilde spelen. Iederen dag speelden ze
met elkander, als goede vrienden, en ze hielden van
elkander, als goede vrienden, totdat Maria het knaapske
tot zich nam en het deed deelen in de eeuwige vreugde.
In een klooster bracht men eens een jongen knaap, maar
de monniken waren oud, en de knaap had niemand, om
mede te spelen. Daarom dwaalde hij door 't klooster,
en hij kwam in het koor, en aldaar stond een altaar
van Maria, de hemelsche koninginne, en den zoeten
Jezus op haar schoot. De knaap zocht alom, doch ach!
hij vond niemand, om mede te spelen, en daarom
ging hij naar Maria terug, daar zij een kindeke droeg,
dat glimlachte tot den knaap. Toen Maria hem zag,
en wist, wat hij verlangde, toen nam ze haar kindje
van haar schoot en zette hem op het altaar, en de knaap
naderde het, handeklappend en gelukkig. En het speelde
met Jezus.Maria gaf hem en Jezus ieder een appel, en ze speelden
zeer liefelijk tezamen. De knaap kwam iederen dag weerom,
en elken dag gaf hem Maria een appel, om te spelen met
het kindje Jezus.
Eens miste de abt van het klooster den knaap, en hijzocht overal.
En hij meende, dat de knaap wel buiten het klooster zou spelen,
want het weder was schoon, en de tuin vol met zonnelicht.
Daarin spelen de knapen gaarne. Doch niet in den tuin vond hij
den knaap. Toen zocht hij in het klooster en ten laatste kwam hij
in de kerk, en hij zag tot zijn schrik, dat het knaapje
speelde met Jezus' appel. En de abt kwam naderbij, en hij hoestte.
Toen de knaap dit geluid hoorde, was hij zeer verschrikt,
en hij snelde weg van het altaar, met Jezus'
appel in de hand. En de overste ging tot Jezus, en deze
had geen appel in de hand, en daarom meende de overste,
dat de knaap Jezus' appel had gestolen. Hij riep het knaapke
tot zich en berispte hem.
"Breng Jezus de appel weerom!" Het knaapje was
zeer bedroefd, en hij zeide:
"Jezus! hier is uw appel en ge zijt een stoute klikkepot!"
Maar Maria, onze Lieve Vrouwe, ze wilde niet, dat Jezus
en de knaapke geen goede vrienden bleven, en
ze verzoende hen weder, dat 't knaapje weer lachte, en
weer met Jezus wilde spelen. Iederen dag speelden ze
met elkander, als goede vrienden, en ze hielden van
elkander, als goede vrienden, totdat Maria het knaapske
tot zich nam en het deed deelen in de eeuwige vreugde.
Onderwerp
SINLEG 0360 - Andere Erscheinungen Marias.   
Beschrijving
In een klooster bracht men een een jonge knaap, maar omdat de monniken oud waren, had de knaap niemand om mee te spelen. De jongen dwaalde door het klooster tot hij bij het altaar in de kerk kwam. Daar stond Maria met het kindeke Jezus op haar schoot. De jongen ging verder met het zoeken van een kameraad, maar vond er geen. Hij keerde terug naar Maria. Toen Maria hem zag begreep ze wat de jongen verlangde, en ze nam haar kindeke van haar schoot en zette hem op het altaar. Ze gaf hen beiden een appel om mee te spelen. Ieder dag speelde de knaap met het kindeke Jezus. Op een dag ziet de abt het schouwspel en berispt de jongen voor het stelen van de appel van Jezus. Hierdoor is het jongetje boos op Jezus. Maria verzoende hen weer en iedere dag speelden ze met elkaar, totdat Maria het jongetje tot zich nam en het deed delen in de eeuwige vreugde.
Bron
J.Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p.127
Commentaar
1919
Andere Erscheinungen Marias.
Naam Overig in Tekst
Maria   
Lieve Vrouwe   
Jezus   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
