Hoofdtekst
De vreemde droom.
Op een nacht droomde een IJmuidensch reeder, die
met zijn schip ter vischvangst was, al heel wonderlijk.
Hij zag zichzelven liggen, roerloos, in de kajuit, waar hij
werkelijkheid lag. En terwijl hij zijn eigen
gelaat, den onduidelijken vorm van zijn lichaam, dat onder
de dekens lag, bemerkte, onderscheidde hij tegelijkertijd
de dingen om zich heen.
Hij wendde het gelaat niet. Hij keek geen oogenblik
in de richting der deur. toch wist hij, dat er iemand binnentrad,
die hij goed kende. Wie was het? zijn moeder.
Zij naderde zacht zijn kooi. "Wat komt ze bij me doen?"
dacht hij. "Neen, een droom is 't niet."
Als een figuur der werkelijkheid, zóó zeker, ging ze.
Ze droeg iets in de hand. Plotseling werd hij ontroerd,
toen hij bemerkte, wat het was. Het bijbeltje, dat ze zoo
lief had.
Ze lichtte het hoofdkussen op en vroom legde ze het
bijbeltje neder. Daarna verdween ze.
Eenige dagen later kwam hij in IJmuiden aan. Zijn
kennissen groeten hem schuw. Hij peinsde.
"Er zal toch niets gebeurd zijn?"
De gordijnen voor zijn huis waren neer. Zijn vader trad
hem tegemoet. Hij droeg iets in de hand. Hij noemde den
nacht, dat de reeder zoo vreemd had gedroomd.
"Toen is je moeder gestorven!" zei hij. De zoon keek
naar zijn vader's hand.
"Hier, mijn jongen, is het bijbeltje......je moeder heeft
gezegd, dat ik het je dadelijk zou geven!"
Op een nacht droomde een IJmuidensch reeder, die
met zijn schip ter vischvangst was, al heel wonderlijk.
Hij zag zichzelven liggen, roerloos, in de kajuit, waar hij
werkelijkheid lag. En terwijl hij zijn eigen
gelaat, den onduidelijken vorm van zijn lichaam, dat onder
de dekens lag, bemerkte, onderscheidde hij tegelijkertijd
de dingen om zich heen.
Hij wendde het gelaat niet. Hij keek geen oogenblik
in de richting der deur. toch wist hij, dat er iemand binnentrad,
die hij goed kende. Wie was het? zijn moeder.
Zij naderde zacht zijn kooi. "Wat komt ze bij me doen?"
dacht hij. "Neen, een droom is 't niet."
Als een figuur der werkelijkheid, zóó zeker, ging ze.
Ze droeg iets in de hand. Plotseling werd hij ontroerd,
toen hij bemerkte, wat het was. Het bijbeltje, dat ze zoo
lief had.
Ze lichtte het hoofdkussen op en vroom legde ze het
bijbeltje neder. Daarna verdween ze.
Eenige dagen later kwam hij in IJmuiden aan. Zijn
kennissen groeten hem schuw. Hij peinsde.
"Er zal toch niets gebeurd zijn?"
De gordijnen voor zijn huis waren neer. Zijn vader trad
hem tegemoet. Hij droeg iets in de hand. Hij noemde den
nacht, dat de reeder zoo vreemd had gedroomd.
"Toen is je moeder gestorven!" zei hij. De zoon keek
naar zijn vader's hand.
"Hier, mijn jongen, is het bijbeltje......je moeder heeft
gezegd, dat ik het je dadelijk zou geven!"
Onderwerp
SINSAG 0489 - Das zweite Gesicht   
Beschrijving
Op een nacht droomt een IJmuider schipper over zijn moeder. Ze komt bij hem langs en geeft hem haar geliefde bijbel. Daarna verdwijnt ze. Als hij weer aankomt in IJmuiden krijgt hij te horen dan zijn moeder is overleden. Hij verteld van zijn droom. Die nacht blijkt zijn moeder te zijn overleden. Ze heeft opgedragen het bijbeltje aan hem te geven.
Bron
J.Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 184
Commentaar
1919
Das zweite Gesicht
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
