Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JCOHEN39 - De lachende pastoor

Een sage (boek), 1919

Hoofdtekst

De lachende pastoor

Het is geschied in den tijd, dat de bokkenrijders
het meest woedden in het Limburgsche land; het
waren vreeselijke schelmen, die voor de Brabantsche
bende niet onderdeden, noch in sluwheid, noch in geweld.
Zij kwamen op den honger af als zwarte vogelen, en waar
gebrek was, stalen zij het meest. Tusschen Aken en
Roermond was dan niemand veilig.
In een dorp dichtbij Valkenberg woonde een pastoor,
die met een zijner vrienden, een braaf en nijver man, soms
kaartspeelde. Men sprak dan over de dingen dier dagen,
dikwijls over de bokkenrijders. menig verhaal kende de
pastoor, die hij zijn verbaasden gast vertelde.
“Heb je al wel eens gehoord van Lusche Katrien?”
zoo vroeg hij.
”Nee, antwoordde hem de domme vriend.
“Er woont in Heerlen een notaris, en die vertelde, toen
Lusche Katrien was gevangen genomen, dat men haar op een
bok zou binden, en levend zou verbranden.” De pastoor nam
een snuifje, en bood ook den braven man tegenover hem van
de neus-lekkernij iets aan. Gezellig zaten ze samen te droomen.
“En wat was er dan met Lusche Katrien?”
“Toen de menschen hoorden, dat men Lusche Katrien op
een bok zou binden, en levend zou verbranden, stroomde
de menigte in Heerlen toe. Iedereen wilde dat wel eens
zien. Maar Lusche Katrien was heelemaal niet ter dood
veroordeeld, en daarom trok men onverrichter zake af…”
“Je zou toch zeggen, hoe is het op de wereld mogelijk!”
“Daarom noemt men al de dieven, die in den laatsten tijd
zoo onmenschelijk huis houden, bokkenrijders. Ik heb er
nog nooit een ontmoet. ’t Is wel een geheimzinnige bende —“
“Dat is het zeker!”
Nog vertelde de pastoor van den rechter, die bleek een
der hoofdlieden van de bokkenrijders te zijn: doch deze
liet zich martelen, zonder iets te bekennen. De goede
dorpeling luisterde naar al dergelijke vreemde verhalen,
en hij zat, op de wijze van domme menschen, maar te
hoofdschudden. Zooveel wonders!
Op een morgen kwamen zij tweeën wat vroeger tezamen,
en ze begonnen als vanouds een gesprek.
“Nu”, zeide de pastoor, “Hebben wij de bokkenrijders
op onze beurt voor den mal gehad!”
“En hoezoo, heer pastoor!”
“Ik kreeg van iemand zeshonderd gulden, en ik dacht
al bij mezelf: “hij komt er van zijn levensdagen niet door!”
Maar hij heft zich wel gered! Denk eens aan, midden
door de bokkenrijders is hij in mijn huis gekomen! Im had
er plezier van, dat kun je je voorstellen!”

“Ja, heer pastoor, ik heb er ook plezier van, want om u de
waarheid te zeggen, ik ben de hoofdman van de bokkenrijders!
Betaal me die zeshonderd guldentjes maar dadelijk uit.”
Toen begon de pastoor te lachen. Hij boog zijn boven-
lichaam van den lach! Hij kreukelde en kronkelde zich!
De dikke tranen liepen hem over de wangen! Zijn handen
trommelden hem op de knieën.
“Houd op, houd op, ’t is te grappig”, zoo riep hij. Hij
strekte zijn handen smeekend uit, om de herhaling der woor-
den af te weren. Foei, hij was er benauwd van geworden.
“Ja, heer pastoor, ’t is wel grappig”, lachte de nette
man. “Maar geef me ’t geld.”
De pastoor bulderde het weer uit. Hij kon niet neer-
zitten. Hij moest wel opstaan, en hij boog herhaaldelijk
voorover, zóó klaagde de lach hem in den buik.
“Het is ernst.” Tegelijkertijd haalde de gast een zilveren
fluitje voor den dag en blies. Tien gewapende mannen storm-
den naar binnen. Er viel hier niets meer, niets meer te lachen.
“Dank u wel, heer pastoor! zeiden de kerels en koel-
bloedig streken zij de zeshonderd zilverlingen op. De
kaptein schudde zijn hoofd, en riep:
“Het is wel duur, zoo’n lach, maar hij heeft toch genoeg
pret van zijn geld gehad…en dat kunnen wij niet allemaal
zeggen! Vooruit jongens….we gaan de buit verdeelen.”

















Onderwerp

TM 3114 - De Bokkenrijders    TM 3114 - De Bokkenrijders   

Beschrijving

Pastoor vertelt aan gast dat hij bokkenrijders voor de gek heeft gehouden. Als de gast vertelt dat hij bokkenrijder gelooft de pastoor hem niet. De gast blaast vervolgens op een fluitje, van alle kanten komen bokkenrijders aan die geld opeisen

Bron

J.Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 221-222

Naam Overig in Tekst

Lusche Katrien    Lusche Katrien   

Limburgse    Limburgse   

Brabantse    Brabantse   

Naam Locatie in Tekst

Aken    Aken   

Heerlen    Heerlen   

Roermond    Roermond   

Valkenburg    Valkenburg   

Plaats van Handelen

Valkenburg    Valkenburg   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20