Hoofdtekst
Op de vaart naar Amsterdam geraakte te Weesp de
schuit vast, en zij kon niet verder, niettegenstaande alle
pogingen. De schipper werd radeloos. Hij moest zijn vracht
tijdig afleveren. Waren er dan duivelsmachten, die het
schip belaagden? Zijn knecht werd al angstig.
"Dat hebben we nooit op deze plaats gehad!"
"Wees stil! we kunnen hier niet tot in eeuwigen
dage blijven!"
Ineens klonk er een stem uit de lucht, met aandrang,
gelijk een mensch, die een ander iets beveelt. De baas en
knecht keken elkander aan, met een vrees, die ze niet
voor elkaar behoefden te verbergen. De stem had ge-
klonken, en ze was — ze wisten dit beiden — niet van
een levend mensch geweest.
"Weg bakker!" zoo klonk ze. Inderdaad stond er een
bakker op den stoep. Hij keek naar de schuit. De schipper
schreeuwde hem woedend toe: "Hoor je het niet, weg bakker!"
en langzaam ging de bakker in zijn huis. nauwelijks was hij
heengegaan, of de schuit raakte weer vlot.
schuit vast, en zij kon niet verder, niettegenstaande alle
pogingen. De schipper werd radeloos. Hij moest zijn vracht
tijdig afleveren. Waren er dan duivelsmachten, die het
schip belaagden? Zijn knecht werd al angstig.
"Dat hebben we nooit op deze plaats gehad!"
"Wees stil! we kunnen hier niet tot in eeuwigen
dage blijven!"
Ineens klonk er een stem uit de lucht, met aandrang,
gelijk een mensch, die een ander iets beveelt. De baas en
knecht keken elkander aan, met een vrees, die ze niet
voor elkaar behoefden te verbergen. De stem had ge-
klonken, en ze was — ze wisten dit beiden — niet van
een levend mensch geweest.
"Weg bakker!" zoo klonk ze. Inderdaad stond er een
bakker op den stoep. Hij keek naar de schuit. De schipper
schreeuwde hem woedend toe: "Hoor je het niet, weg bakker!"
en langzaam ging de bakker in zijn huis. nauwelijks was hij
heengegaan, of de schuit raakte weer vlot.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op de vaart naar Amsterdam geraakte te Weesp de schuit vast, en zij kon niet verder, niettegenstaande allepogingen. De schipper werd radeloos. Hij moest zijn vracht tijdig afleveren. Waren er dan duivelsmachten, die het schip belaagden? Zijn knecht werd al angstig."Dat hebben we nooit op deze plaats gehad!" "Wees stil! we kunnen hier niet tot in eeuwigen dage blijven!"Ineens klonk er een stem uit de lucht, met aandrang, gelijk een mensch, die een ander iets beveelt. De baas en knecht keken elkander aan, met een vrees, die ze nietvoor elkaar behoefden te verbergen. De stem had geklonken, en ze was — ze wisten dit beiden — niet van een levend mensch geweest. "Weg bakker!" zoo klonk ze. Inderdaad stond er eenbakker op den stoep. Hij keek naar de schuit. De schipper schreeuwde hem woedend toe: "Hoor je het niet, weg bakker!" en langzaam ging de bakker in zijn huis. nauwelijks was hij heengegaan, of de schuit raakte weer vlot.
Bron
J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p 276
Commentaar
1919
Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.
Naam Overig in Tekst
Amstersdam   
Naam Locatie in Tekst
Weesp   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
