Hoofdtekst
WAT HANS HANNEKEMAAIER TE EDAM BELEEFDE.
Hans Hannekemaaier, met zijn zeis op den rug,
kwam in het land van Edam, en hij keek er zich
de oogen uit. Want hier waren de weiden heel
malsch en de koeien heel dik, en de boeren liepen als
deftige mijnheeren, met een gouwenaar in den mond langs
den akker. De wereld was hier zoo netjes en weltevreden,
dat wel 't leek, of men zelfs de slooten geschrobd had.
Hans Hannekemaaier schudde zijn hoofd, en voelde naar
zijn leege maag. ,,Hier iest wool was tsoe verdienen", dacht.hij.
Op één zoo'n boer stapte hij toe, en zei:
Iek bien Hans Hannekemaaier oit Münsterland, en wie
hoog siend hier de loonen? "Wel" antwoordde de boer, "kun je goed werken,
Hans?!" "Of ik koet werken kan? Dat wiel iek den boas loaten kaiken."
Dc brij stond op tafel. Hans keek er met schelè oogen naar. Wat dampte ze!
"Kriek iek ook was tsoe eten, als iek zal werken?" De boer lachte.
"Natuurlijk Hans! Natuurlijk!"
"Wat kriek iek tsoe eten? Wieviel maal am dak?"
"Driemaal op een dag, Hans. Ontbijt, middageten, en avondeten."
,,En as 't miek erloofd ies tsoe vraken, kriek iek dan eerst 't oentbait?"
,,Ja, Hans, je kunt dadelijk beginnen. De brij dampt op tafel. Eet zooveel als je lust."
,,Een koet land", peinsde Hans. ,Iek kriek hier heel was tsoe eten."
Het bord met dampende spijs werd hem gereikt, en het duurde niet lang, of hij had ze overmeesterd, met lepel, met vuist en met smakkenden mond. Goedkeurend knikte
hij, en hij sloot zijn oogen vol welbehagen. Hij zeide: ," 't Hat koet keschmekt. Koet onthait ien Holland. Wenn iek in de Heimat teruk bien kekommen, wiel ik main waif dat leeren moaken." "Nu aan 't werk, Hans!" zei de boer. "Praten komt na 't eten." Hans kiopte hem op den schouder.
"Koet kesaakt, boas", antwoordde hij, en hij rëes van zijn stoel. Bij de deur bleef hij echter staan. "Boer", zei hij, ,,is 't miek erloofd nog iets tsoe vraken?" Hij keek daarbij zoo trouwhartig als een ]ong hondje, dat nooit slaag heeft gehad.
"Ga je gang, Hans", antwoordde de hoer. ,Watje op je hart hebt, moet je zeggen, aileen gauw een beetje."
,"Boer! iek dacht bai miek zeib ... waarom moet iek op vanmieddak wachten? Kan iek noe dat mieddaketen niet kraiken?"
,"Middageten maar Hans, 't is nog vroeg in den morgen." De vrouw van den hoer stiethaar man aan, gafhem een stevige por in de zijde, en wenkte hem. Hij ging met haar in een hoek]e staan, en zi] legde den vinger waar¬schuwend op de lippen.
,,Begrijp je me nou?" vroeg zij. "Of moet ik 't nog duidelijker maken ?"
Hij trok aan zijn pijp en blies dikke rookwolken in de lucht, tot het vertrek meer op een herberg geleek dan op een fatsoenlijke boerenkamer. Zij schudde 't hoofd en fluisterde: "Als hij nou 't middageten heeft gekregen, hoeft hij om twaalf uur niet te hebben. Dan hoeft hij niet naar huis en kan hij door blijven werken, begrijp je, ezel!"
"Is 't zoo bedoeld?" vroeg de boer verwonderd, en hij naar Hannekemaaier toe.
"Nu, dan is 't goed. De boerin zal je 't middageten geven, Hans!"
De boerin had de aardappels al geschild, en ze zette ze te vuur. Toen ze klaar waren, gaf ze er een stuk reuzel bij, zoo dik als een vuist, en een paar stevige hompen
vleesch, zooals Hans ze in zijn droomen nog nooit had gezien.
Hij wreef zich de oogen uit, of hij in een wonder¬land vertoefde, doch daarna viel hij dapper aan. Pet ging nog sneller dan bij bet ontbijt. Hoewel hij een stevig bord Hollandsche brij had verorberd, kon men denken, dat hij uitgehongerd was. Zooals in een waterton als het dagen¬lang droogweer is gebleven de regen valt, zóó stroomde hem de warme spijs in zijn maag. Dc hoer meende, dat iedereen na bet ontbijt verzadigd m6cht heeten. Maar hij vergiste zich! Hij vergiste zich Eindelijk wreef zich Hans met het viak van zijn hand den mond af, keek zuchtend naar zijn leege bord, waarop geen kruimeltje aardappel, geen druppeltje reuzel, geen vezeltje vleesch meer lag, en stond met moeite op. Met Iangzame schreden liep hij naar de deur, doch telkens wendde hij zich om, als een mensch, die afscheid van zijn vaderland neemt.
"Nou zul je wel genoeg hebben gekregen, Hans!" lachte de hoer. "Of wil je soms nog meer." Toen trad Hannekemaaier op hem toe, en hij zeide met zijn eerlijke stem:
,"Boer", zei hij, "hast doe ook niet vom Abendeten kesproken? lek herienner miek zoo was!"
,,Ja, daar heb ik wel van gesproken, rnaar avondeten eten ze bij ons 's avonds. Of is dat bij julie anders?" Hans krabde zich achter de ooren. De boerin kwam weer tot redding aanzetten. Ze dreef den boer naar den hoek der kamer, en stiet hem ten tweeden male in de zijde.
,,Laat 'm zijn avondeten ook maar dadelijk gebruiken! 't Is een groote afstand van 't veld naar huis, en we winnen op die manier heel wat tijd."
Ze begon hem dadelijk zijn boterhammen te smeren, en niet zuinig ook, met geurige, versche boter! Hans keek naar deze operatie met de aandacht van een kind, dat bij pete¬moei jets lekkers krijgt. Ze sneed hem stukken roggemik af, niet die stadsche nietigheidjes, welke door een zefiertje worden weggeblazen, neen! van die pillen, waarvoor een bakvischje zou huiveren. Hans huiverde niet. Heel zijn gezicht zeide: "goed zoo." Op het oogenblik, dat de vrouw ook nog een homp van die goudgele Edammer kaas afsneed, welke zoo vet was, dat het lemmet van het mes ervan droop, begonnen de oogen van den armen kerel te tranen, als door een groot geluk :ja, indien hij zijn vrouw en kinderen weergezien had, kon bet geen blijder moment voor hem zijn dan dit. Hij boog zijn hoofd wat naar voren, teneinde vroom de komende heerlijkheid te rieken. Het avondeten zou er bij hem ook ingaan. Niemand behoefde eraan te twijfelen. Hij zette zich prinsheerlijk aan de tafel.
"Keef mien maar van die boetterhammetjes", zeidehij.
Hij at zijn wangen vol, zonder zich veel tijd tot kauwen te gunnen. Gelijk de burgers van Leiden, nadat bet beleg was opgeheven, at hij, en de heuvel van brood, boter en kaas slonk zienderoogen. De hoer wachtte op den drempel.
"Ben je nu haast klaar, Hans?" vroeg hij geduldig.
"Iek komme al iek komme al! Hier bien iek met oew verlof."
Zoodra ze buiten waren, keek Hans om zich been, en hij ademde de frissche morgenlucht in.
"Je zult wel zin hebben, om te werken", zei de boer, ,"nu je zoo vlink gegeten hebt!"
,,Werken ... ? !" vroeg Hans verwonderd, ,,werken, boer? Wiel oe hebben, dat iek werke?" "Ja, natuurlijk! De dag begint toch net?"
,,Moar iek heb pas mien abendeten oep! En ble oens len de helmal keen wi sloapen, wenn wi dat abendelen oep haben. Boer! wais miek de hooiberk!"
De boer mocht zeggen, wat hij wilde, bij den eersten hooiberg, waar ze aankwamen, liet Hans zich vallen, en weidra ronkte hij zoo, dat bet den zang des leeuweriks overklonk. Met vuist en met laars trachtte de boer hem te wekken, doch als Hans Hannekemaaier zijn avondeten pas had gegeten, sliep hij, onbekommerd om alle moeiten en zorgen des levens, den slaap der rechtvaardigen.
Hans Hannekemaaier, met zijn zeis op den rug,
kwam in het land van Edam, en hij keek er zich
de oogen uit. Want hier waren de weiden heel
malsch en de koeien heel dik, en de boeren liepen als
deftige mijnheeren, met een gouwenaar in den mond langs
den akker. De wereld was hier zoo netjes en weltevreden,
dat wel 't leek, of men zelfs de slooten geschrobd had.
Hans Hannekemaaier schudde zijn hoofd, en voelde naar
zijn leege maag. ,,Hier iest wool was tsoe verdienen", dacht.hij.
Op één zoo'n boer stapte hij toe, en zei:
Iek bien Hans Hannekemaaier oit Münsterland, en wie
hoog siend hier de loonen? "Wel" antwoordde de boer, "kun je goed werken,
Hans?!" "Of ik koet werken kan? Dat wiel iek den boas loaten kaiken."
Dc brij stond op tafel. Hans keek er met schelè oogen naar. Wat dampte ze!
"Kriek iek ook was tsoe eten, als iek zal werken?" De boer lachte.
"Natuurlijk Hans! Natuurlijk!"
"Wat kriek iek tsoe eten? Wieviel maal am dak?"
"Driemaal op een dag, Hans. Ontbijt, middageten, en avondeten."
,,En as 't miek erloofd ies tsoe vraken, kriek iek dan eerst 't oentbait?"
,,Ja, Hans, je kunt dadelijk beginnen. De brij dampt op tafel. Eet zooveel als je lust."
,,Een koet land", peinsde Hans. ,Iek kriek hier heel was tsoe eten."
Het bord met dampende spijs werd hem gereikt, en het duurde niet lang, of hij had ze overmeesterd, met lepel, met vuist en met smakkenden mond. Goedkeurend knikte
hij, en hij sloot zijn oogen vol welbehagen. Hij zeide: ," 't Hat koet keschmekt. Koet onthait ien Holland. Wenn iek in de Heimat teruk bien kekommen, wiel ik main waif dat leeren moaken." "Nu aan 't werk, Hans!" zei de boer. "Praten komt na 't eten." Hans kiopte hem op den schouder.
"Koet kesaakt, boas", antwoordde hij, en hij rëes van zijn stoel. Bij de deur bleef hij echter staan. "Boer", zei hij, ,,is 't miek erloofd nog iets tsoe vraken?" Hij keek daarbij zoo trouwhartig als een ]ong hondje, dat nooit slaag heeft gehad.
"Ga je gang, Hans", antwoordde de hoer. ,Watje op je hart hebt, moet je zeggen, aileen gauw een beetje."
,"Boer! iek dacht bai miek zeib ... waarom moet iek op vanmieddak wachten? Kan iek noe dat mieddaketen niet kraiken?"
,"Middageten maar Hans, 't is nog vroeg in den morgen." De vrouw van den hoer stiethaar man aan, gafhem een stevige por in de zijde, en wenkte hem. Hij ging met haar in een hoek]e staan, en zi] legde den vinger waar¬schuwend op de lippen.
,,Begrijp je me nou?" vroeg zij. "Of moet ik 't nog duidelijker maken ?"
Hij trok aan zijn pijp en blies dikke rookwolken in de lucht, tot het vertrek meer op een herberg geleek dan op een fatsoenlijke boerenkamer. Zij schudde 't hoofd en fluisterde: "Als hij nou 't middageten heeft gekregen, hoeft hij om twaalf uur niet te hebben. Dan hoeft hij niet naar huis en kan hij door blijven werken, begrijp je, ezel!"
"Is 't zoo bedoeld?" vroeg de boer verwonderd, en hij naar Hannekemaaier toe.
"Nu, dan is 't goed. De boerin zal je 't middageten geven, Hans!"
De boerin had de aardappels al geschild, en ze zette ze te vuur. Toen ze klaar waren, gaf ze er een stuk reuzel bij, zoo dik als een vuist, en een paar stevige hompen
vleesch, zooals Hans ze in zijn droomen nog nooit had gezien.
Hij wreef zich de oogen uit, of hij in een wonder¬land vertoefde, doch daarna viel hij dapper aan. Pet ging nog sneller dan bij bet ontbijt. Hoewel hij een stevig bord Hollandsche brij had verorberd, kon men denken, dat hij uitgehongerd was. Zooals in een waterton als het dagen¬lang droogweer is gebleven de regen valt, zóó stroomde hem de warme spijs in zijn maag. Dc hoer meende, dat iedereen na bet ontbijt verzadigd m6cht heeten. Maar hij vergiste zich! Hij vergiste zich Eindelijk wreef zich Hans met het viak van zijn hand den mond af, keek zuchtend naar zijn leege bord, waarop geen kruimeltje aardappel, geen druppeltje reuzel, geen vezeltje vleesch meer lag, en stond met moeite op. Met Iangzame schreden liep hij naar de deur, doch telkens wendde hij zich om, als een mensch, die afscheid van zijn vaderland neemt.
"Nou zul je wel genoeg hebben gekregen, Hans!" lachte de hoer. "Of wil je soms nog meer." Toen trad Hannekemaaier op hem toe, en hij zeide met zijn eerlijke stem:
,"Boer", zei hij, "hast doe ook niet vom Abendeten kesproken? lek herienner miek zoo was!"
,,Ja, daar heb ik wel van gesproken, rnaar avondeten eten ze bij ons 's avonds. Of is dat bij julie anders?" Hans krabde zich achter de ooren. De boerin kwam weer tot redding aanzetten. Ze dreef den boer naar den hoek der kamer, en stiet hem ten tweeden male in de zijde.
,,Laat 'm zijn avondeten ook maar dadelijk gebruiken! 't Is een groote afstand van 't veld naar huis, en we winnen op die manier heel wat tijd."
Ze begon hem dadelijk zijn boterhammen te smeren, en niet zuinig ook, met geurige, versche boter! Hans keek naar deze operatie met de aandacht van een kind, dat bij pete¬moei jets lekkers krijgt. Ze sneed hem stukken roggemik af, niet die stadsche nietigheidjes, welke door een zefiertje worden weggeblazen, neen! van die pillen, waarvoor een bakvischje zou huiveren. Hans huiverde niet. Heel zijn gezicht zeide: "goed zoo." Op het oogenblik, dat de vrouw ook nog een homp van die goudgele Edammer kaas afsneed, welke zoo vet was, dat het lemmet van het mes ervan droop, begonnen de oogen van den armen kerel te tranen, als door een groot geluk :ja, indien hij zijn vrouw en kinderen weergezien had, kon bet geen blijder moment voor hem zijn dan dit. Hij boog zijn hoofd wat naar voren, teneinde vroom de komende heerlijkheid te rieken. Het avondeten zou er bij hem ook ingaan. Niemand behoefde eraan te twijfelen. Hij zette zich prinsheerlijk aan de tafel.
"Keef mien maar van die boetterhammetjes", zeidehij.
Hij at zijn wangen vol, zonder zich veel tijd tot kauwen te gunnen. Gelijk de burgers van Leiden, nadat bet beleg was opgeheven, at hij, en de heuvel van brood, boter en kaas slonk zienderoogen. De hoer wachtte op den drempel.
"Ben je nu haast klaar, Hans?" vroeg hij geduldig.
"Iek komme al iek komme al! Hier bien iek met oew verlof."
Zoodra ze buiten waren, keek Hans om zich been, en hij ademde de frissche morgenlucht in.
"Je zult wel zin hebben, om te werken", zei de boer, ,"nu je zoo vlink gegeten hebt!"
,,Werken ... ? !" vroeg Hans verwonderd, ,,werken, boer? Wiel oe hebben, dat iek werke?" "Ja, natuurlijk! De dag begint toch net?"
,,Moar iek heb pas mien abendeten oep! En ble oens len de helmal keen wi sloapen, wenn wi dat abendelen oep haben. Boer! wais miek de hooiberk!"
De boer mocht zeggen, wat hij wilde, bij den eersten hooiberg, waar ze aankwamen, liet Hans zich vallen, en weidra ronkte hij zoo, dat bet den zang des leeuweriks overklonk. Met vuist en met laars trachtte de boer hem te wekken, doch als Hans Hannekemaaier zijn avondeten pas had gegeten, sliep hij, onbekommerd om alle moeiten en zorgen des levens, den slaap der rechtvaardigen.
Onderwerp
AT 1561 - The Lazy Boy Eats Breakfast, Dinner and Supper One after the Other   
ATU 1561 - Three Meals in a Row   
Beschrijving
Hans Hannekemaaier, met een zeis op de rug, kwam in het Land van Edam aan, en keek zijn ogen uit. Hij stapte op een boer af en vroeg hoe hoog de lonen waren. De brij stond op tafel. Hans vroeg of hij als hij bij te boer ging werken te eten kreeg. De boer antwoordde bevestigend, drie maal daags. Na de brij, het ontbijt wil de boer dat Hans aan het werk gaat. Hans vraagt echter of hij eerst mag lunchen. De vrouw die denkt dat hans dan langer door kan werken stemt toe. Na de lunch wil de boer Hans opnieuw aan het werk zetten. Dan vraagt Hans of hij eerst mag dineren. Ook nu is het weer de vrouw die denkt dat Hans dan nog langer zal werken en weer toestemt. Na het diner neemt de boer hans eindelijk mee naar het veld. Daar aangekomen zoekt hij de eerste hooiberg op, waar hij wil gaan slapen. De boer protesteert, maar hans antwoord dat het de gewoonte is van zijn land om na het diner te gaan slapen en hij dat nu dus ook doet. En hoewel de boer hem met vuist en met laars probeerde te wekken, sliep Hans de slaap der rechtvaardigen.
Bron
J. Cohen. Nederlandsche Sagen en Legenden II. Zutphen, 1919. p. 385
Commentaar
1919
The Lazy Boy Eats Breakfast, Dinner and Supper One after the Other
Naam Overig in Tekst
Edammer   
Hans   
Hannekemaaier   
Naam Locatie in Tekst
edam   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
