Hoofdtekst
Toen Sint Servatius in 359 uit de kerkvergadering van Rimini terugkeerde, besloot hij eenige dagen te blijven in de nabijheid van Luik. Hij bouwde er inderhaast een eenvoudige bidkapel. Op de plaats, waar hij zijn pelgrimsstaf in den grond plantte, borrelde een fontein op. De bidkapel werd later één van de Luiksche parochiekerken, de Saint Servais. De heilige Servatius te Worms zinde en dorst lijdend, deed, door met zijn pelgrimsstaf een kruisteeken te maken op den grond, aldaar een bron ontsprinqen. Toen hij uit het verstokte Tongeren werd verjaagd en naar Maastricht vluchtte, was het zoo warm, dat de Jeker was uitgedroogd en de heilige voor zich en zijn kleine groep volgelingen geen water vond. Ook toen sloeg hij met zijn staf op den grond en ontstond er de bron, die nu nog onder Canne bestaat en naar dit wonder nog de Sint Servatiusbron heet. Opmerkelijk is het dat ook te Nunhem, waar de heilige Servatius bij zijn rondreizen geweest kan zijn, de godsvrucht althans tot den heiligen sedert onheuglijke tijden zeer levendig is, zich een Sint Servatius kapelletje bevindt, dat jaarlijks door een tal van pelgrims bezocht wordt. Wat echter vooral de godsvrucht der geloovigen opwekt, is de onloochenbaar wondere geneeskracht der waterbron, die aldaar ontspringt, een hoogte wel zeker veertig voet boven den waterspiegel van een beek, die op eenigen afstand vloeit, en die nog nooit, sedert menschenheugenis, zelfs niet bij de meest brandende droogte, zonder overvloed van water geweest is. De volksoverlevering wil, dat zij, op bevel van den Heilige ter plaatse zou ontsprongen zijn.
Onderwerp
SINLEG 0416 - Heiliger lässt Brunnen entspringen.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Sint Servatius   
saint Servais   
Servatius   
Sint-Servatiusbron   
Naam Locatie in Tekst
Rimini   
Luik   
Worms   
Tongeren   
Maastricht   
Jeker   
Canne   
Nunhem   
