Hoofdtekst
St. Lambertus en de H. Landrada
Toen de H. Landrada, zich stervend voelde, zond zij een bode naar Lambertus, opdat hij haar bij zou staan in haar laatste uren. Zij was door Lambertus opgenomen onder het getal der gesluierde kloostermaagden, en hij was ten allen tijde haar vertrouwde raadsman geweest. Nauwelijks vernam Lambertus de droevige mare, of hij begaf zich op weg naar Munsterbilsen, waar intusschen Landrada uit de stoffelijke naar de eeuwige woning verhuisde.
Op zijn weg werd Lambertus - middelerwijl was het avond geworden - door een aangenaam droomgezicht verrast. Als in geestverrukking opgetogen zag hij de eerbiedwaardige maagd, omgeven van heerlijken luister. Zij verweet den grijsaard op dien gemeenzamen toon, waarin zij placht met hem te spreken, zijn traagheid, daar zij bij haar verscheiden niet uit zijn handen de Heilige Geheimen had mogen ontvangen. Hij verontschuldigde zich en verklaarde zich bereid, haar stoffelijk overschot ter aarde te bestellen. "Blik strak voor u uit", hernam zij, "en aanschouw aan den hemel het teeken des kruises, omluisterd van een stralenkrans!"
Lambertus deed gelijk hem was bevolen en teekende daarna de plek, waarop het kruis nederstraalde."Deze is mijn begraafplaats", sprak de maagd, "daar zal mijn asch rusten, tot den dag, bepaald door den Heer." Daarop verdween de maagd in de wolken. Toen Lambertus in Bilsen terugkeerde, en de gedane openbaring bekend maakte, af dit een groot misbaar en de zusters, die met de toebereidselen voor de begrafenis bezig waren, stonden er op, dat de overleden heilige tusschen haar zou begraven worden en rusten. Dit geschiedde, maar Lambertus, die over dat alles bedroefd en bezorgd was, legde zich een vasten op, voegde gebeden bij die versterving en na drie dagen riep hij de zusters weer bij elkaar. "God niet te gehoorzamen, is gelijk aan het pogen om een stroom met een arm tegen te houden. Met eigen oogen moeten wij ons overtuigen van hetgeen dat visioen beduidde. Men legge dus het graf der abdis open, opdat aan alle onzekerheid een einde komt."
Daar was niets tegen. De grafstede werd geopend en men vond niet alleen bet lichaam niet meer, maar ook de lijkkist, waarin bet was neergelegd, bleek verdwenen. Allen, Lambertus uitgezonderd, verbleekten en zwegen. Lambertus dankte God en sprak: "Nu bet wantrouwen geweken is, zullen wij vernemen wat Gods wil is".
Hij stelde zich aan het hoofd van den stoet en ging den weg op naar Wintershoven, waar de menigte hem volgde. Daar werd op de door Lambertus gemerkte plek de aarde opengeworpen en wonder! men vond er het lichaam der maagd, liggend in haar kist. De engelen hadden het heilig overschot daar met eerbied bijgezet.
Toen de H. Landrada, zich stervend voelde, zond zij een bode naar Lambertus, opdat hij haar bij zou staan in haar laatste uren. Zij was door Lambertus opgenomen onder het getal der gesluierde kloostermaagden, en hij was ten allen tijde haar vertrouwde raadsman geweest. Nauwelijks vernam Lambertus de droevige mare, of hij begaf zich op weg naar Munsterbilsen, waar intusschen Landrada uit de stoffelijke naar de eeuwige woning verhuisde.
Op zijn weg werd Lambertus - middelerwijl was het avond geworden - door een aangenaam droomgezicht verrast. Als in geestverrukking opgetogen zag hij de eerbiedwaardige maagd, omgeven van heerlijken luister. Zij verweet den grijsaard op dien gemeenzamen toon, waarin zij placht met hem te spreken, zijn traagheid, daar zij bij haar verscheiden niet uit zijn handen de Heilige Geheimen had mogen ontvangen. Hij verontschuldigde zich en verklaarde zich bereid, haar stoffelijk overschot ter aarde te bestellen. "Blik strak voor u uit", hernam zij, "en aanschouw aan den hemel het teeken des kruises, omluisterd van een stralenkrans!"
Lambertus deed gelijk hem was bevolen en teekende daarna de plek, waarop het kruis nederstraalde."Deze is mijn begraafplaats", sprak de maagd, "daar zal mijn asch rusten, tot den dag, bepaald door den Heer." Daarop verdween de maagd in de wolken. Toen Lambertus in Bilsen terugkeerde, en de gedane openbaring bekend maakte, af dit een groot misbaar en de zusters, die met de toebereidselen voor de begrafenis bezig waren, stonden er op, dat de overleden heilige tusschen haar zou begraven worden en rusten. Dit geschiedde, maar Lambertus, die over dat alles bedroefd en bezorgd was, legde zich een vasten op, voegde gebeden bij die versterving en na drie dagen riep hij de zusters weer bij elkaar. "God niet te gehoorzamen, is gelijk aan het pogen om een stroom met een arm tegen te houden. Met eigen oogen moeten wij ons overtuigen van hetgeen dat visioen beduidde. Men legge dus het graf der abdis open, opdat aan alle onzekerheid een einde komt."
Daar was niets tegen. De grafstede werd geopend en men vond niet alleen bet lichaam niet meer, maar ook de lijkkist, waarin bet was neergelegd, bleek verdwenen. Allen, Lambertus uitgezonderd, verbleekten en zwegen. Lambertus dankte God en sprak: "Nu bet wantrouwen geweken is, zullen wij vernemen wat Gods wil is".
Hij stelde zich aan het hoofd van den stoet en ging den weg op naar Wintershoven, waar de menigte hem volgde. Daar werd op de door Lambertus gemerkte plek de aarde opengeworpen en wonder! men vond er het lichaam der maagd, liggend in haar kist. De engelen hadden het heilig overschot daar met eerbied bijgezet.
Beschrijving
Toen de heilige kloostermaagd Landrada voelde dat ze dood ging, stuurde ze een bericht naar Lambertus, opdat hij haar de laaste uren kon bijstaan. Zodra Lambertus het bericht hoort, gaat hij onmiddelijk naar haar toe. Helaas sterft Landrada nog voor hij haar heeft bereikt. Die avond zoekt de geest van Landrada Lambertus op en verwijt hem zijn traagheid om haar te bereiken. Hij belooft haar te begraven. Dan verschijnt het teken van het kruis aan de hemel, en daalt neer op de aarde. Op die plek wil de heilige Landrada begraven worden. Als hij zijn openbaring bekend maakt, weigeren de andere kloosterlingen haar op die plek te begraven, en begraven haar tussen andere overleden heiligen. Na een tijdje beveelt hij haar graf te openen. Deze blijkt leeg te zijn. Op de plek die Lambertus in zijn openbaring zag vindt men haar begraven kist met haar lichaam. De engelen hadden het heilig lichaam daar met eerbied bijgezet.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925. p. 15-16
Commentaar
1925
Dit verhaal over Sint Lambertus valt onder het hoofdstuk: Van Heiligen en Vromen.
Naam Overig in Tekst
Lambertus   
Landrada   
God   
Naam Locatie in Tekst
Munsterbilsen   
Bilsen   
Wintershoven   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
