Hoofdtekst
WINANDUS VAN ELSLOO.
Te Elsloo leefde een vroom man, Winandus geheeten. Op zekeren dag trok hij met vele anderen als peigrim naar bet Heilig Land. Nadat zij daar de heilige plaatsen hadden bezocht, wilden de metgezellen van Winandus, na de mis gehoord te hebben op Paaschdag naar huis terugkeeren. Winandus raadde hen: "Het betaamt zich niet op dezen hoogen dag te vertrekken; het is beter, dat wij hem heiligen door rust en onze reis verschuiven tot morgen." Zijn medereizigers hoorden niet naar hem en verlieten nog dienzelfden dag Jeruzalem. Winandus bleef alleen terug en vertrok eerst den volgenden dag. Toen hij dan zijn terugreis was begonnen en zich haastte om zijn landgenooten in te halen, werd hij door een ruiter met eerbiedwaardig voorkomen ingehaald. "Hoe komt het, dat gij zoo alleen reist" vroeg hij Winandus, "En waar gaat gij naar toe?" "Ik kom als pelgrim van Jeruzalem", antwoordde Winandus en vertelde wat er was gebeurd. De ruiter scheen over deze manier van handelen zeer getroffen en verzocht Winandus achter op zijn paard te gaan zitten. "Wij zullen de reis verder samen doen", vervolgde hij, "en uw reisgezellen spoedig inhalen en vooruit zijn!" Winandus nam dat aanbod dankbaar aan en kwam nog dienzelf en dag na een rit van eenige uren, met den ruiter aan het gehucht Meers onder Elsloo, waar hij woonde,Toen Winandus van bet paard steeg, vroeg de ruiter: "Weet gij ook, waar gij zijt?" "Deze streek is mij maar al te goed bekend," antwoordde Winandus, "maar wat er met mij gebeurd is, kan ik mij niet begrijpen." "Gij hebt 0. L. Heer de eer gegeven, die Hem toekomt, Hij wilde nu Zijn voorkeur voor uw handelwijze boven die van uw reisgezellen metterdaad toonen en daarom zond Hij mij om u naar huis te voeren. Verhaal nu hetgeen u is geschied, tot meerdere glorie van Zijn naam!" Zoo sprak de ruiter en verdween. Toen de lieden van Elsloo Winandus terugzagen, vroegen zij: "Waar zijn uwe reisgezellen?" Hij antwoordde: "Vandaag nog was ik te Jeruzalem, zij hebben mij gisteren daar achtergelaten, maar ik ben hen op een wonderbare wijze voorbijgereden en nu ben ik hier". Dat konden zijn buren niet gelooven en zij lieten hem verstaan, dat het hem in het hoofd scheelde. Toen voorspelde Winandus hen, onder ingeving van boven, drie dingen, die bij zijn dood en begrafenis te Elsloo zouden gebeuren. Ten eerste, dat, wanneer hij van de Heilige Sacramenten bediend zou zijn, de begeleiders van den priester, wanneer zij van Elsloo naar Meers terugkeerden, een engel zouden ontmoeten, die naar Elsloo ging, om hem te overluiden. Ten tweede: dat, wanneer de engel de doodsmaar zou hebben afgeluid, de klepel van de klok in Orientshof, een weide naast de kerk, zou vallen. Ten derde: dat zijn graf rozen zou dragen. Om verdere spotternijen van zijn buren te ontgaan, ondernam Winandus met het geld, dat hij van zijn reis naar het Heilige Land had overgehouden, een bedevaart naar San Jago di Compostella. Hij was andermaal in Elsloo terug voor zijn reisgenooten, die een dag vroeger dan hij Jeruzalem hadden verlaten. Toen deze terugkeerden, werd het wonder aan Winandus ge schied op dubbele wijze bevestigd: door de pelgrims, die Winandus op Paaschdag te Jeruzalem achterlieten en door de buren, die hem al den volgenden dag te Elsloo zagen. Toen Winandus stierf, kwamen zijn voorspellingen uit. De lieden, die den priester met de Heilige Sacramenten van het huis van Winandus hadden begeleid naar Elsloo, ontmoetten op den terugweg naar de Meers een ruiter, gekleed in witte zijde, bovennatuurlijk schoon en met een stralend aangezicht, die naar Elsloo reed, Zij begrepen, dat Winandus was gestorven. Even daarna begon de klok te Elsloo te luiden en wisten zij, dat zijn tweede voorspelling bewaarheid werd. De klepel viel na den laatsten slag in den Orienshof en de klok werd uit eerbied voor den engel die haar trok en uit achting voor Winandus niet meer geluid. Het graf van Winandus droeg rozen, gelijk hij zijn derde voorspelling had gedaan. Toen zijn graf gesloten was, sproot er uit het heuveltje een rozenstruik en bloemen bedekten al spoedig het graf van Winandus. Niemand had dien struik geplant en hij bloeit er nog tot heden toe voort.
Te Elsloo leefde een vroom man, Winandus geheeten. Op zekeren dag trok hij met vele anderen als peigrim naar bet Heilig Land. Nadat zij daar de heilige plaatsen hadden bezocht, wilden de metgezellen van Winandus, na de mis gehoord te hebben op Paaschdag naar huis terugkeeren. Winandus raadde hen: "Het betaamt zich niet op dezen hoogen dag te vertrekken; het is beter, dat wij hem heiligen door rust en onze reis verschuiven tot morgen." Zijn medereizigers hoorden niet naar hem en verlieten nog dienzelfden dag Jeruzalem. Winandus bleef alleen terug en vertrok eerst den volgenden dag. Toen hij dan zijn terugreis was begonnen en zich haastte om zijn landgenooten in te halen, werd hij door een ruiter met eerbiedwaardig voorkomen ingehaald. "Hoe komt het, dat gij zoo alleen reist" vroeg hij Winandus, "En waar gaat gij naar toe?" "Ik kom als pelgrim van Jeruzalem", antwoordde Winandus en vertelde wat er was gebeurd. De ruiter scheen over deze manier van handelen zeer getroffen en verzocht Winandus achter op zijn paard te gaan zitten. "Wij zullen de reis verder samen doen", vervolgde hij, "en uw reisgezellen spoedig inhalen en vooruit zijn!" Winandus nam dat aanbod dankbaar aan en kwam nog dienzelf en dag na een rit van eenige uren, met den ruiter aan het gehucht Meers onder Elsloo, waar hij woonde,Toen Winandus van bet paard steeg, vroeg de ruiter: "Weet gij ook, waar gij zijt?" "Deze streek is mij maar al te goed bekend," antwoordde Winandus, "maar wat er met mij gebeurd is, kan ik mij niet begrijpen." "Gij hebt 0. L. Heer de eer gegeven, die Hem toekomt, Hij wilde nu Zijn voorkeur voor uw handelwijze boven die van uw reisgezellen metterdaad toonen en daarom zond Hij mij om u naar huis te voeren. Verhaal nu hetgeen u is geschied, tot meerdere glorie van Zijn naam!" Zoo sprak de ruiter en verdween. Toen de lieden van Elsloo Winandus terugzagen, vroegen zij: "Waar zijn uwe reisgezellen?" Hij antwoordde: "Vandaag nog was ik te Jeruzalem, zij hebben mij gisteren daar achtergelaten, maar ik ben hen op een wonderbare wijze voorbijgereden en nu ben ik hier". Dat konden zijn buren niet gelooven en zij lieten hem verstaan, dat het hem in het hoofd scheelde. Toen voorspelde Winandus hen, onder ingeving van boven, drie dingen, die bij zijn dood en begrafenis te Elsloo zouden gebeuren. Ten eerste, dat, wanneer hij van de Heilige Sacramenten bediend zou zijn, de begeleiders van den priester, wanneer zij van Elsloo naar Meers terugkeerden, een engel zouden ontmoeten, die naar Elsloo ging, om hem te overluiden. Ten tweede: dat, wanneer de engel de doodsmaar zou hebben afgeluid, de klepel van de klok in Orientshof, een weide naast de kerk, zou vallen. Ten derde: dat zijn graf rozen zou dragen. Om verdere spotternijen van zijn buren te ontgaan, ondernam Winandus met het geld, dat hij van zijn reis naar het Heilige Land had overgehouden, een bedevaart naar San Jago di Compostella. Hij was andermaal in Elsloo terug voor zijn reisgenooten, die een dag vroeger dan hij Jeruzalem hadden verlaten. Toen deze terugkeerden, werd het wonder aan Winandus ge schied op dubbele wijze bevestigd: door de pelgrims, die Winandus op Paaschdag te Jeruzalem achterlieten en door de buren, die hem al den volgenden dag te Elsloo zagen. Toen Winandus stierf, kwamen zijn voorspellingen uit. De lieden, die den priester met de Heilige Sacramenten van het huis van Winandus hadden begeleid naar Elsloo, ontmoetten op den terugweg naar de Meers een ruiter, gekleed in witte zijde, bovennatuurlijk schoon en met een stralend aangezicht, die naar Elsloo reed, Zij begrepen, dat Winandus was gestorven. Even daarna begon de klok te Elsloo te luiden en wisten zij, dat zijn tweede voorspelling bewaarheid werd. De klepel viel na den laatsten slag in den Orienshof en de klok werd uit eerbied voor den engel die haar trok en uit achting voor Winandus niet meer geluid. Het graf van Winandus droeg rozen, gelijk hij zijn derde voorspelling had gedaan. Toen zijn graf gesloten was, sproot er uit het heuveltje een rozenstruik en bloemen bedekten al spoedig het graf van Winandus. Niemand had dien struik geplant en hij bloeit er nog tot heden toe voort.
Onderwerp
SINLEG 0364 - Ritt mit dem Engel (in einem Tag von Jerusalem nach seinem Wohnort).   
Beschrijving
De heilige Winandus reist uit respect voor God niet op de heilige Paasdag, in tegenstelling tot zijn reisgenoten. De volgende dag komt hij onderweg naar huis een ruiter tegen die gezonden is door God; deze zorgt ervoor dat Winandus nog vóór zijn reisgenoten in zijn woonplaats aankomt. Als hij zijn verhaal vertelt, wordt hij niet geloofd. Dan doet hij echter drie voorspellingen die bij zijn sterven uit zullen komen; Ten eerste dat de begeleiders van de priester van Elseloo bezoek zullen krijgen van een engel om hen van Winandus' dood te berichten. Ten tweede: dat na het luiden van de klok, de klepel van de klok op de weide naast de kerk zou vallen. Ten derde: dat zijn graf rozen zou dragen. Pas na zijn sterven, als al zijn voorspellingen uitkomen, gelooft men de wonderen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925. p. 24-25
Commentaar
1925
Dit verhaal over Winandus van Elsloo valt onder het hoofdstuk: Van Heiligen en Vromen.
Ritt mit dem Engel (in einem Tag von Jerusalem nach seinem Wohnort). & SINLEG 0621 Grab trägt Rosen (weisse Lilien).
Naam Overig in Tekst
Windandus   
Meers   
Onze Lieve Heer   
Orienthof   
San Jago di Compostella   
Pasen   
Naam Locatie in Tekst
Elsloo   
Jeruzalem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
