Hoofdtekst
Een exempel. Daermen of lest een byspeel van tween broederen, daer die een wijs of was ende die ander sot. Dese ghinghen te gader over enen wech, daer twee weghen waren: die een was seer schone ende lustelike, die ander was onabel ende scarpe. Doe dese dwase den schonen wech sach, sprac hi: ,,Broeder, laet ons gaen desen wech". Die wise antwoerde: ,,Al is dese wech schone dien du gaen wilt, nochtant leidet hi ten einde tot eenre quader herberghe ende onder die moerdenaers. Daer om rade ic dat wij gaen den anderen wech, want al is hi scarpe ende onnabel, hi leidet ten einde tot eenre eersamer herberghen ende van groter rusten". Die dwase seide: ,,Ic ghelove bet minen oghen dan di van dinghen die du niet en sietste", ende settede hem te gaen dien lusteliken wech. Die wise en woude hem niet begeven, mer volghede hem. Cortelic daer na quamen si totten moerdenaren these vinghen, ende scheide[n]se van een, ende worpense elc bi sonderlinghe in enen kerker. Het gheschiede hem daer na op enen dach dat die conync des lants alle die ghevanghen dede voer hem brenghen, en woudse oerdelen. Dese twee worden onder die ander ghebrocht voer dat oerdel. Doe si hem onderlinge saghen, sprac die wise totten conync: ,,O heer coninc ende rechter, swaerlike claghe ic u over desen minen broeder, want wij waren te samen op eenen weghe ende hi was dwaes ende ic wijs gheacht, ende hi en woude mi niet gheloven te gaen den goeden wech mit mi dien ic hem wijsde, mer hi brocht mi daer toe mit hem te gaen den quaden wech, ende dus sijn wij ghevallen onder die moerdenaren, ende daer om is hi een sake mijns doots". Die sotte sprac daer teghen totten coninc ende seide: ,,Conync heer, ic hebbe mi meer te beclaghen van minen broeder, want hi wijs was ende en soude mi niet lichtelike ghevolcht hebben, dien hi wiste sotte te wesen. Ende hadde hi den goeden wech ghegaen, ic soude bi aventueren hem ghevolcht hebben ende en waer met ghecomen in desen anxt, waer bi hi schuldich is mijns doots". Doe die coninc dese woerde van hem beiden hoerde, gaf hi dese sentencie ende seide: ,,Du dwase en woudste met volgen den wisen, ende du wise hebste ghevolghet den dwasen, ende daer om seldy beide verdoemt worden totter doot". Aldus selt wesen inde dage des oerdels als die siel ende dat lichaem vergaderen sellen ende ten oerdel comen. Ende dan sel dat dwase lichaem, dat niet gheloven en woude den raet der wiser sielen, ende die wise gheest ghevolghet heeft den dwasen lichaem, so sellen si beide in desen oerdel verdoemt worden.
Beschrijving
Allegorische parabel van een wijze en een zotte broer die onderweg zijn. Zij kwamen bij een splitsing waar zij een lieflijke weg konden kiezen of een moeilijk begaanbare. De dwaze broer wilde de mooie weg nemen, maar de wijze broer zei dat die weg hen bij moordenaars zal brengen. De dwaze broer zegt dat hij slechts gelooft wat hij ziet en neemt het aantrekkelijke pad. De wijze broer moet hem wel volgen. Al snel worden zij gevangen genomen door moordenaars en elk afzonderlijk in een andere kerker geworpen. Op een dag besluit de koning van het land dat alle gevangenen bij hem gebracht moeten worden. Hij hoort de verhalen van beide broers aan. Uiteindelijk oordeelt hij dat zij beiden gedoemd zijn te sterven, omdat de dwaze niet naar de wijze heeft geluisterd en de wijze de dwaze toch is gevolgd, ook al zou hij beter moeten weten.
Zo zal het de zielen op de dag des oordeels ook vergaan: het dwaze lichaam dat niet wilde geloven en de wijze geest die slechts naar het dwaze lichaam heeft geluisterd, zullen beide verdoemd zijn.
Zo zal het de zielen op de dag des oordeels ook vergaan: het dwaze lichaam dat niet wilde geloven en de wijze geest die slechts naar het dwaze lichaam heeft geluisterd, zullen beide verdoemd zijn.
Bron
De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 96-97
Commentaar
Zie ook DEVOOYS135
Naam Overig in Tekst
God   
Laatste Oordeel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
