Hoofdtekst
Het is ongeveer honderd jaar geleden, dat men zich in ons gewest begon bezig te houden met de volkstaal. De belangstelling ging niet uit van het volk, dat zich alle dagen van die taal bediende, maar van geletterde en ontwikkelde mannen. Te Groningen Mr. Tresling, Lid der Tweede Kamer; te Appingedam Mr. Reynders, de burgemeester; en om niet meer dan drie te noemen, te Losdorp Ds. Westendorp. De belangstelling ging uit naar het rijke volksleven, naar zeden en gebruiken, geschiedenis en folklore. De oude Groninger Volksalmanak is er een van de beste bewijzen van.
Ds. Westendorp tekende bij Kremers boekje over de Groninger plaatsbeschrijving een oude legende op, die verbonden is aan het dorp Uithuizermeden:
'Te Buitendijks stond weleer op Stenhuisheerd een burg, waarvan de overlevering zegt, dat zekere heer, die in eene kapel te Holwinde (thans onder Rottum) nog te kerk ging, den priester, die geene tweede vroegmis wilde en mogt doen, had gedood, en dat hij bij zijne terugkomst terstond met burg en al verzonken was. Sedert dien tijd ziet het volk hier des nachts een paar juffers spoken.'
Gelijk steeds is de dominee beknopt en zakelik, en doet hij duidelik uitkomen, dat het maar een overlevering is, doch dat het volk nog aan de juffers gelooft.
Deze korte aantekening dijde onder de handen en in de fantazie van Mr. T. P. Tresling uit tot een omvangrijk en bloemrijk gedicht, dat hij in de Volksalmanak van 1842 opnam. Om de geest des tijds te kenschetsen, mogen enkele aanhalingen worden ingelast.
De aanhef is alvast een schone ontboezeming:
't Is zoo schoon voor den mensch, 't is zoo zalig, zoo zoet,
Om als Adams verbroederde zonen
Elkander de bloemen der vreugd voor den voet
Te strooijen, in liefde te wonen.
Men gevoelt dadelik al, dat het niet goed afloopt.
Op Stenhuisheerd woonde een jonge, schone, dappere burgheer, die maar één ongeluk had, namelik zijn driftige natuur. Deze driftige jonge
man werd meer dan verliefd op een meisje, 'zoo bloeijend van koon'. Zij stelde, hem kennend, haar voorwaarde:
Op morgen, zoo ras als het zonnelicht daagt,
Treedt gij nederig uw bidkapel binnen
En gij zweert, na de vroegmis, voor 't heilig altaar,
Om den vijand, die 't meest u bedreigt met gevaar,
In den hachelijken kamp te verwinnen.
De driftige heer wil niets liever dan vechten en denkt er helemaal niet aan, dat de grootste vijand binnen hemzelf is. Hij denkt zoveel aan andere vijanden, dat hij de eerste morgen de beste veel te laat wakker wordt:
De zon had reeds drie uur geschenen.
De priester van Holwinde, minder driftig, was op tijd en de vroegmis afgelopen, toen Stenhoes op zijn kiepper kwam aangereden.
Een tweede vroegmis mocht niet worden gevierd,
Maar naauw vloeide dit weigerend woord
Van des grijsaards godvruchtige lippen,
Of zijn borst werd door 't staal van den burgheer doorboord.
en deze was een priestermoordenaar.
Radeloos vlucht hij. Eerst naar zijn beminde;
Zij werpt hem nog weenend den afscheidsgroet toe.
Dan naar zijn slot; de kiepper steigert:
Hij wil maar de slotpoort niet binnen.
Eerst als alle mannen en vrouwen uit het slot naar buiten gekomen zijn, dan vliegt hij in snellen galop
Over de ophaalbrug ijlings naar binnen.
Op 't zelfde ogenblik stort het kasteel
Met zijn torens en transen en tinnen
... ineen met een ijsselijk dondrenden knal!
De burgheer verdween in de gapende afgrond en het volk erkende de straffe des Hemels, die op zulk een schrikkelik misdrijf volgen moest.
Onderwerp
SINSAG 1281 - Die zu früh angefangene Messe.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Tresling   
Lid der Tweede Kamer   
Reynders   
Groninger Volksalmanak   
Kremer   
Holwinde   
Volksalmanak   
Adam   
Stenhous.   
Naam Locatie in Tekst
Groningen   
Appingedam   
Losdorp   
Westendorp   
Uithuizermeden   
Buitendijk   
Rottum   
