Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DEVOOYS137 - EEN EXEMPEL UIT EEN GORCUMSE PREEK

Een exempel (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

DIT NAE VOLGENDE EXEMPEL PREDICTE EEN MEYSTER INDER GODHEIT
TOT ENEN SERMOEN DEN SUSTEREN TE GORNICHEM IN DIE
HEERSTRAET, DOEMEN SCREEF M ENDE VIERHONDER ENDE XLVIII.

Het gheschiede dat eens die keyser van romen hadde een dochter, die hi seer lief hadde. Ende om dat soe scoen was, soe begheerdense veel heren te wive te hebben. Ende want hise nyemant gheven en woude, soe sloet hise in een casteel, ende hi gaf hoer een alten properen hondekijn ende een lampe. Dat hondekijn daer soude si mede spelen, ende het soude oec bassen; die lampe om hoer toe te lichten. Ende voer dat casteel dede hy legghen vijf ridders, om dat casteel te bewaren, als die quade luden quamen steken ende spelen om dat ioncfrouwekijn wt te locken, dat dan die ridders waken mochten ende bewarense. Het gheviel op een tijt dat die ridders sliepen, ende die luden quamen weder voer dat casteel mit veel soeten gheluuts, om dat ioncferkyn wt te locken. Ende si hoerdet ende hadde daer grote ghenoechte in. Ende si clam boven op die tynne ende sach daer een vromelike steken, ende si creech grote ghenoechte in hem, ende si dochte hoe si tot hem wt mochte comen, want dat hondekyn bassede ende die ridders wakeden. Ende si dochte dat si wachten woude thent op een ander tijt dat die ridders sliepen. Ende doe die luden weder quamen voer dat castiel, doe sliepen die ridders. Ende op dattet hondekijn niet bassen en soude, soe brac si hem den hals ontween. Ende die lampe smeet si ontween. Ende si ghinc doe wt ende voer mit hem wech. Doe die ridders ontwaecten, ende dat vernamen, waren si seer droevich ende boetscapten dat den keyser, horen vader. Ende als hi dat vernam, was hi seer bedroeft ende alle sine ghesynne mit hem. Doe was daer een die den keyser seer lief hadde. Dese toech wt om dit ioncferkyn te soeken. Ende doe hise van veers sach onder die quade luden, ghinc hi in een pryele ende dede sine wapen rock aen ende bereyde hem te striden. Ende nae menigen swaren slach ende menich verwitelic woert creech hise weder. Ende hi namse bider hant ende leydese weder tot horen vader. Ende als si nakende was dat pallaes, soe scaemde sy haer seer te comen voer horen vader, om dat si hem soe onghetrouwe gheweest hadde. Ende doe was daer een middelaer. Dese ghinc voer ende soude die soen maken. Ende die vader seyde dat si vriliken quam: hi en soude hoer dat nymmer meer verwiten, mer hi soude hoer alle vroelicheit ende blijscap tonen. Doe quam si vrijlic in. Doe was daer grote vrolicheit ende ghenoechte. Mer die keyser bestadese, ende gaf hoer enen man. Ende doe ghinghen sy daer offeren. Die keyser gaf haer enen roden syden rock, die hoer sloech vanden hoefde totten voeten. Ende hi en seyde hoer niet, mer hi hadde daer properlic in doen wercken: ,,Sich, ic hebdi dit nu vergheven, mer sich dattu dat niet meer en doeste, op dat dy niet arghers en gheschie". Hoer broeder quam oec, ende gaf hoer een croen. Ende hi en seide hoer niet, mer hi hadde daer properlic in doen wercken: ,Mercket die edelheit die du hebste, want sy dy van mi coemt". Doe quam die voervechter ende gaf hoer twee gulden vingherlinghen. Ende hi en seyde hoer niet, mer hi hadde daer properlic in doen wercken: ,,Ic bid, ghedencke dat ic soe menighen swaren slaghen ende soe menich verwitelic woert om di gheleden heb". Doe quam die middelaer ende brocht haer oec twee gulden vingherlinghen. Ende hi en seyde hoer niet, mer hi had daer properlic in doen wercken: ,,Sich, ic heb vredeghemaket tusken dinen vader ende dy. Ic bidde di dattuut niet meer en doeste". Doe quam die brudegom, ende brocht hoer een scoen yuwiel, hanghende voer die borst. Ende hi en seyde hoer oec niet, mer hi had daer properlic in doen wercken: ,Van minen kyntschen daghen heb ic di lief ghehadt. Ic bidde di heb my weder lief". Dit iofferkijn nam dese cleynnoten ende sloetse in hoer coffer. Ende alsoe dicke als Si daer toe ghinc, ende die cleynoten aen sach, soe wort sy seer screyende om die grote ontrouwe di si horen vader ghedaen had, ende die trouwe die hoer bewesen was.

DIE GHEESTELIKE BEDUDENISSE.
(keyser = god van hemelrijc, dochter = siel des menschen, casteel = lichaem, vijfridders = V crachten der sielen, lampe = gracie, hondekyn = consciencie, ionghelinc = duvel, voervechter = cristus, prieel = lichaem v. maria, wapenrock = menschelike natuere etc.)

Beschrijving

Exempel uit een preek tot de zusters van Gorinchem in die Heerstraat uit 1448.

De keizer van Rome had een zeer mooie dochter die door veel mannen begeerd werd. Maar haar vader wou haar niet weggeven en sloot haar op in een kasteel met een hondje, om mee te spelen, en een lamp, voor het licht. Vijf ridders bewaakten het slot, maar de vrijers kwamen, toch bij het kasteel om haar te lokken. Een jongeling trok haar aandacht. 's Nachts ontsnapte ze toen de ridders sliepen, nadat ze het hondje de nek had gebroken en de lamp in tweeën gesmeten. De keizer is bedroefd als hij hoort dat zijn dochter weg is. Maar een gezel die de keizer zeer lief is, gaat het meisje zoeken. Hij verslaat in een gevecht de kwade lieden en neemt de dochter weer mee terug. Een middelaar wordt vooruit gestuurd om het met de vader te verzoenen. Het meisje moet boete doen, maar wordt met veel vreugde weer ontvangen. De vechter die haar thuisgebracht heeft en de middelaar maken haar duidelijk dat zij veel voor haar gedaan hebben en dat zij dit nooit meer mag doen. Ze geven haar ringen. Haar broer geeft haar een kroon: om haar aan haar edelheid te herinneren. Tenslotte komt haar bruidegom met een juweel. Het meisje bewaart de kostbaarheden en bij het zien ervan moest zij denken aan de grote ontrouw die zij haar vader had aangedaan en de grote trouw die haar bewezen was.
De geestelijke aanduidingen: keizer = God van het hemelrijk, dochter = ziel van de mens, kasteel = lichaam, vijf ridders = vijf krachten van de ziel, lamp = gunst, hondje = geweten, jongeling = duivel, voorvechter = Christus, prieel = lichaam van Maria, wapenrok = menselijke natuur etc.)

Bron

De Vooys, C.G.N., Middelnederlandse stichtelijke exempelen, Zwolle, 1953 pagina 124-126

Commentaar

Het exempel, dat aanvankelijk aan een sprookje doet denken, heeft een allegorische betekenis, die onderaan wordt verduidelijkt.

Naam Overig in Tekst

Christus    Christus   

Maria    Maria   

God    God   

Duivel    Duivel   

Naam Locatie in Tekst

Rome    Rome   

Gorinchem    Gorinchem   

Heerstraat    Heerstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20