Hoofdtekst
Dou Baike van Oostwòlle nog dainde, het ze hom zulf zain; lutjemaaid was ter bie. Ze kinnen mit 'n woord van woarheid getugen, dat e hoelde van hoe woeps, en dat e op kòp in de baarmsloot schoot.
Ook in Termunten het ter 'n pòlderhond touhòlden, 'n roege swaarde. Dij is tusschen twaalm en ain aan 'n snieder verschenen, dij te laank in haarbaarg zat. Keerl is ter aan doodgoan van schrik.
De Borries is gezien op de Ewer; op Toenster Wieren; op de Houw; op Elens; op Menneweer, waar ook twee helhonden gezien zijn, beladen met gloeiende ketens. (Zie G. V. 1928, 58.)
Te Pekela liep een stommelstaart; te Noordwijk 'n ploagbaist in de gedaante van een groot kalf met hangoren.
Onderwerp
SINSAG 0256 - Plagegeist (in Tiergestalt) erschreckt späten Wanderer (und begleitet ihn).
  
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Oostwolle   
Ewer   
Toenster Wieren   
Elens   
Menneweer   
Pekela   
Naam Locatie in Tekst
Oostwolmerpolder   
Baike   
Termunten   
Houw   
Noordwijk.   
