Hoofdtekst
De verhalen van Hannekemaaier bewijzen, dat de Groningers de spot dreven met onze oostelike buren. Maar in hun vertellingen komen wij er ook niet altijd zo goed af.
Toen graaf Edzard van Oost Friesland in Groningerland viel, versterkten de Groningers de burg te Mude mit wal en grachten. Dit is Muda bij Ten Post aan het Damsterdiep; een börg is dit niet geweest; het was een inderhaast opgeworpen verschansing. De Groningers stelden Johan Hoedemaker tot bevelhebber aan; deze held droeg zijn naam naar zijn ambacht.
Hij weigerde veur 't eerste zijn vesting over te geven, die nu belegerd werd door Sibo Hayken Krumminga en Otto Papen Loringa. Die hebben toen uit het klooster van Wittewierum de grootste karn gehaald, die er te vinden was; ze hebben hem gelegd op een boerenwagen zonder ledders, mit 't gat noar achtern. Zes paarden werden er voor gespannen, die het pas uitgevonden kanon tegen avond voor de vesting slepen moesten. De geweldige muil van 't monsterkanon werd nu op de poort gericht.
Nu ontzonk aan Jan Hoedemaker de moed. Hij stak zijn hoofd over de wal en verzocht om onderhandeling, die eindigde met de overgave.
(Zie Friedrich Sundermann, 'Der Upstalsboom', I, 115. Ook Friesische Sagen 82.)
Onderwerp
SINSAG 1233 - Butterfässer werden für Kanonen gehalten: Belagerer ziehen ab.   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Widdewierum   
Hannekemaaier   
Oost-Friesland   
Edzard   
Groningerland   
Ten Post   
Johan Hoedemaker   
Sibo Hayken Krumminga   
Otto Papen Loringa   
Jan Hoedemaker   
Friedrich Sundermann   
Der Upstalsboom   
Friesische Sagen.   
Naam Locatie in Tekst
Groningen   
Muda   
Damsterdiep   
