Hoofdtekst
(Naar aanleiding van een vraag van de vragenlijst over het vertellen van verhalen aan kinderen)
Ja, mijn moeder had wel zoiets. Ja, die ben ik later ook weer in boeken tegengekomen. Vanneh, Het Wonderhuis.
‘In het wonderstraatje is een wonderhuisje, in het wonderhuisje is een wonderkastje, in het wonderkastje is een wonderdrankje. En van dat drankje luister goed, worden stoute kinderen zoet. En dat gaat (onverstaanbaar) met zijn moe, gauw naar het wonderhuisje toe.’
Die ben ik later nog in een boek van Boekenoogen tegengekomen.
Ja, mijn moeder had wel zoiets. Ja, die ben ik later ook weer in boeken tegengekomen. Vanneh, Het Wonderhuis.
‘In het wonderstraatje is een wonderhuisje, in het wonderhuisje is een wonderkastje, in het wonderkastje is een wonderdrankje. En van dat drankje luister goed, worden stoute kinderen zoet. En dat gaat (onverstaanbaar) met zijn moe, gauw naar het wonderhuisje toe.’
Die ben ik later nog in een boek van Boekenoogen tegengekomen.
Beschrijving
Kinderversje: 'In het wonderstraatje is een wonderhuisje'.
Bron
Bandopname van een gesprek n.a.v. de DOC Volkskundevragenlijst (gebruikt t.b.v. de Bommenberenddag, 28 augustus 2006).
Commentaar
28 augustus 2006
Ter gelegenheid van het verhalen verzamelen op de Bommenberenddag in de openbare bibliotheek van Groningen.
Naam Overig in Tekst
Boekenoogen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
