Hoofdtekst
De bloedvlekken van Loppersum
Aan het marktplein te Loppersum moet vroeger een "Rechthuis" hebben gestaan tegenover de pastorie. Er vlakbij was het "Koakheim". Op zekere dag moest een jongeman terecht staan beschuldigd van moord. De man stond voor de rechters en betuigde zijn onschuld. Volgens de rechter was het echter duidelijk bewezen. Het mes van de jongeman lag er bij. De rechter vond het erg dat de man nog ontkende. Als hij maar gezegd had dat hij 't gedaan had dan was 't voor hem misschien beter afgelopen. Maar hij hield zijn onschuld vol. Hij was er niet bij geweest en wist van de moord niets af toen hij gevangen genomen was. Het mes moest hij verloren hebben. Hij bad tot God, dat die een teken zou geven van zijn onschuld: Er kwam echter geen teken. De jongeman bad nogmaals, want het leven was hem dierbaar. Toen hij voor de derde keer bad, vielen er drie bloeddruppels uit zijn neus op de blauwe Bremer vloertegels. De rechter evenwel veroordeelde hem tot de galg.
Deze werd opgericht en de beul deed zijn werk. Na de lus om zijn nek gelegd te hebben, stootte hij hem van de ladder. Op dat ogenblik kwam er een renbode te paard aanvliegen. Die zwaaide met de armen en riep "Houd op". Toen hij bij de galg was gekomen, stortte het paard dood neer. Hij deelde mee dat ze in de stad de man hadden gegrepen, die de moord had gepleegd. 't Was echter te laat.
De drie bloedvlekken bleven echter zitten. Geen mens die ze er af kon krijgen. Toen zijn de tegels weggenomen en er nieuwe voor in de plaats gelegd. 't Hielp echter niets. Ook in de nieuwe tegels kwamen de drie vlekken.
God had dus toch een teken gegeven, doch de rechter en de mensen hadden het niet begrepen. Nadien is er in Loppersum nooit weer iemand opgehangen.
De verteller J. Rijkens heeft ongeveer 35 jaren geleden de vlekken nog gezien. Daarna is het huis verkocht en is er een winkelpand van gemaakt. Het inwendige is veranderd en de tegels met de vlekken zijn verwijderd zodat er nu niets meer van te zien is.
Deze werd opgericht en de beul deed zijn werk. Na de lus om zijn nek gelegd te hebben, stootte hij hem van de ladder. Op dat ogenblik kwam er een renbode te paard aanvliegen. Die zwaaide met de armen en riep "Houd op". Toen hij bij de galg was gekomen, stortte het paard dood neer. Hij deelde mee dat ze in de stad de man hadden gegrepen, die de moord had gepleegd. 't Was echter te laat.
De drie bloedvlekken bleven echter zitten. Geen mens die ze er af kon krijgen. Toen zijn de tegels weggenomen en er nieuwe voor in de plaats gelegd. 't Hielp echter niets. Ook in de nieuwe tegels kwamen de drie vlekken.
God had dus toch een teken gegeven, doch de rechter en de mensen hadden het niet begrepen. Nadien is er in Loppersum nooit weer iemand opgehangen.
De verteller J. Rijkens heeft ongeveer 35 jaren geleden de vlekken nog gezien. Daarna is het huis verkocht en is er een winkelpand van gemaakt. Het inwendige is veranderd en de tegels met de vlekken zijn verwijderd zodat er nu niets meer van te zien is.
Onderwerp
SINSAG 1128 - Unausloschliche Blutflecken.   
Beschrijving
Man ontkent dat hij schuldig is aan een moord, bij zijn derde gebed vallen drie bloeddruppels uit zijn neus op de tegels. Desondanks wordt hij tot de galg veroordeeld. Op het moment dat het mes valt komt het bericht dat de ware moordenaar is gevonden. Daarna zijn de bloedvlekken onuitwisbaar, en komen steeds.
Bron
Collectie Sportel, verslag 4, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Koakheim   
Rechthuis   
God   
Bremer   
Naam Locatie in Tekst
Loppersum   
Plaats van Handelen
Loppersum   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
