Hoofdtekst
De verteller J. Rijkens wist nog te vertellen dat zijn grootvader kleermaker Pieter Schlukebier en wonende te 't Zandt wellicht een der laatsten is geweest die aan heksen en spoken geloofde. Hij was dermate bang voor die heksen en spoken, dat hij elke avond met een "haarspit" naar bed ging. Hij sloeg dan met dat ijzeren voorwerp in 't rond om de heksen te verjagen. Hij was overtuigd dat er heksen moesten zijn want toen hij een bedkussen opende kwam daar een verenkrans uit. Hij ging er mee naar de dominee. Deze gaf hem de raad ermee naar de dorsmachine te gaan en in het vuur van de stoomketel de krans te verbranden. De pijp van de stoomketel moest echter afgedekt worden, om te voorkomen dat de heks toch nog zou ontkomen. De man voelde enige tijd later zich toch nog bedreigd door de heksen. Hij opende weer een kussen en weer kwam er een verenkrans uit met in 't midden een afgewerkt gestikt lapje. Grootvader had aan zijn kleinzoon Jan Rijken de krans laten zien. De jongen geloofde er niet aan en zei dat het lapje door grootvader zelf er in was gelegd. De oudeman werd toen razend en hield bij hoog en laag vol, dat hij het niet had gedaan, maar de heksen. De krans werd weer verbrand. Tot zijn dood bleef grootvader Pieter bang voor spoken en heksen.
Onderwerp
TM 3109 - Heksenkrans in kussen   
Beschrijving
Man is er van overtuigd dat heksen en spoken bestaan, en verjaagt ze 's avonds. De verenkrans verbrandt hij op raad van de dominee in de stoomketel van een dorsmachine.
Bron
Collectie Sportel, verslag 4, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
J. Rijkens   
Pieter Schlukebier   
Pieter   
Jan Rijkens   
Naam Locatie in Tekst
't Zandt   
Plaats van Handelen
't Zandt   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
