Hoofdtekst
DE SINT-CATHARINASTEEN.
Midden in de Anselderbeek te Kerkrade, dicht bij Oud-Ehrenstein, ligt een geweldige groote steen. Indertijd is er meermalen met God weet hoeveel paarden beproefd, dien steen te lichten en weg te trekken uit den loop van de beek. Het is echter nooit gelukt; de touwen en kettingen, die om den steen waren bevestigd, braken steeds of sprongen in stukken. De steen was niet weg te krijgen; hij Iigt er nog.
Wanneer er in héél de streek geen wind te bemerken is, waait het bij den Sint-Catharinasteen nog geweldig. Twee jongelui van Chêvremont wandelden op een wolkenloozen zomerdag, dat het erg heet en zeer stil was, langs de Anselderbeek. Toen zij dien steen passeerden, bevonden zij zich opeens in een rukwind, terwiji de boomen wat verder langs de helling van den heuvel zich totaal niet bewogen, en, werd de stroohoed van een van de beide wandelaars in de beek geslagen. Het mocht hem niet meer gelukken dien nog terug te krijgen. Dat moet er nog meerderen zijn overkomen in dezelfde omstandigheden. Er liggen nog meer van die groote steenen in bedoelde beek; de studenten van Rolduc hebben daar een grapje op gemaakt. Van een dier steenen heet het ook, dat geen zeven paarden hem konden wegtrekken en dat de Franschen hem daarom zouden hebben laten liggen. Wordt gezegd met de bijbedoeling: omdat ook niemand anders hem zou hebben kunnen meenemen en er evenmin iets mee zou hebben kunnen doen.
Midden in de Anselderbeek te Kerkrade, dicht bij Oud-Ehrenstein, ligt een geweldige groote steen. Indertijd is er meermalen met God weet hoeveel paarden beproefd, dien steen te lichten en weg te trekken uit den loop van de beek. Het is echter nooit gelukt; de touwen en kettingen, die om den steen waren bevestigd, braken steeds of sprongen in stukken. De steen was niet weg te krijgen; hij Iigt er nog.
Wanneer er in héél de streek geen wind te bemerken is, waait het bij den Sint-Catharinasteen nog geweldig. Twee jongelui van Chêvremont wandelden op een wolkenloozen zomerdag, dat het erg heet en zeer stil was, langs de Anselderbeek. Toen zij dien steen passeerden, bevonden zij zich opeens in een rukwind, terwiji de boomen wat verder langs de helling van den heuvel zich totaal niet bewogen, en, werd de stroohoed van een van de beide wandelaars in de beek geslagen. Het mocht hem niet meer gelukken dien nog terug te krijgen. Dat moet er nog meerderen zijn overkomen in dezelfde omstandigheden. Er liggen nog meer van die groote steenen in bedoelde beek; de studenten van Rolduc hebben daar een grapje op gemaakt. Van een dier steenen heet het ook, dat geen zeven paarden hem konden wegtrekken en dat de Franschen hem daarom zouden hebben laten liggen. Wordt gezegd met de bijbedoeling: omdat ook niemand anders hem zou hebben kunnen meenemen en er evenmin iets mee zou hebben kunnen doen.
Beschrijving
Niemand kan, ook niet met paarden, touwen en kettingen, de grote rivierstenen uit de Anselderbeek bij Kerkrade wegtrekken. Daarom liggen ze er nog steeds.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van stichtingen en oorsprongen'.
Naam Overig in Tekst
Oud-Ehrenstein   
Anselderbeek   
Sint-Catharinasteen   
Fransen   
Naam Locatie in Tekst
Kerkrade   
Chêvremont   
Rolduc   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
