Hoofdtekst
Reuver zou zijn naam te danken hebben aan roovers. Dicht bij het dorp liep de oude groote weg, die het Overkwartier van Gelre in zijn geheele lengte doorsneed, door een diepe insnijding, die door een beek in den zandigen bodem was ingegraven. Rondom den hollen weg stonden dennen, die bij wind en storm klagend huilden. Op die plaats huisden de roovers. Zij vielen de reizigers onverhoeds aan en plunderden hen uit, Daarna deelden zij dan hun buit bij een kapelIetje, dat daar in de nabijheid stond.
Om de reizigers juist op het oogenblik, dat zij de beek overtrokken te kunnen overvallen, hadden de sluwe roovers op die plaats een touw gespannen, waaraan een bel hing, die de aankomst van nieuwe prooien verried. Daarom heette de beek Schelkensbeek (*) en het dorp of het gehucht "de Ruiver", dat is de Roovers of Reuver.
(*) Wel te onderscheiden van de gelijknamige beek tusschen het huis "de Mergelstraat" en Steyl, waarvan een gelijke sage, maar dan op naam van Schinderhannes bekend is.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
ATU 0965* - Robbers’ Alarm Bell.   
Beschrijving
Bron
Motief
K413 - Thieves stretch chain across road and evade pursuers.   
Commentaar
Het verhaal van de Schelkensbeek tussen de Mergelstraat en Steyl, met de rover Schinderhannes is te vinden onder KEMP069.
Naam Overig in Tekst
Overkwartier   
Gelre   
Ruiver   
Schelkensbeek   
Naam Locatie in Tekst
Reuver   
Mergelstraat   
Steyl   
