Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP107 - Duivelssagen: De verdoemde gehangene

Een sage (boek), 1925

Leonardo_Diffusion_XL_a_man_hanging_on_the_gallows_19th_centur_0.jpg

Hoofdtekst

DE VERDOEMDE GEHANGENE.

Toen ik *) met een vroom priester sprak over de oneerbiedigheden, die dikwijls geschieden ten opzichte van het Sacrament van het Lichaam des Heeren, vertelde hij mij een verschrikkelijke en merkwaardige geschiedenis in dezen trant: Voor weinige jaren werd in het bisdom Maastricht, in de buurtschap die Walena heet, een dief gegrepen en bij rechterlijk vonnis tot de galg verwezen. Toen deze zich veroordeeld zag, vroeg hij naar een priester om te biechten en kreeg dien ook. Aan hem sprak hij onder zooveel tranen, zooveel snikken en zulke vermorzeling des harten zijn biecht, zóó volledig, zóó punctueel en zóó scrupuleus, dat de priester zich verbaasde en God prees om zulk een vermorzeling. Toen hem de priester troostte, zeggende: "Vertrouw op het mededoogen van God, Die den moordenaar aan het kruis hangend in genade aannam, daarom, omdat God niet straft om het straffen zelve", antwoordde de dief: "Och, mochten ze mij handen en voeten afhakken, de oogen uitsteken en aldus aan het schandhout hangen", en hij voegde er bij: ,,Indien ik deze martelingen kon ontvluchten, zou ik toch geen rust vinden, daar ik liever nu voor mijn zonden zou willen gestraft worden, dan verdoemd te wezen in de toekomst."Daar de priester de hevigheid van het berouw, dat hij bij hem had gezien, wilde leeren kennen, bezwoer hij hem, dat hij binnen dertig dagen zou verschijnen en zou openbaren in welken staat hij verkeerde. De dief beloofde dit. Toen deze werd weggevoerd om gehangen te worden en de priester terugkeerde, kwam hem een magister tegen, Johannes genaand, een wijs en in alle zaken ervaren man, die zeide: "Als gij met dien armen man iets hebt besproken buiten de biecht, vraag ik u en raad ik u aan, dat gij het mij zegt. "Toen deze em antwoordde in dezen trant: ,,Ik heb hem bezworen en zoo beloofde hij mij", sprak de scholasticus: "lk raad u aan, dat gij haastig terugkeert en nogmaals hem bezweert bij Jezus Christus, dat hij zóó komt, dat hij noch u, noch iets van datgene wat u behoort schaadt. Terstond liep de priester den dief na en began te roepen: ,,Wacht, wacht even", en hij bezwoer hem zooals hem was opgedragen. En zoo is de man opgehangen. Nu geschiedde het na eenige dagen, dat een zieke zijn vrienden zond naar den bovenvermelden priester, omdat hij wilde communiceeren. De priester antwoordde hun: ,,Waarom hebt gij zoolang gewacht? De weg is lang, het zal laat worden en het is voor mij gevaarlijk door het tusschenliggende bosch terug te keeren." Toen zij weer antwoordden: "Hij heeft het nu pas gevraagd!" zeide de priester: ,,Ik zal met u gaan, op voorwaarde, dat ik, bij u overnachtend, morgen vóór het uchtendkrieken, door u weer hier wordt teruggeleid". Aldus werd besloten. Nadat hij bij den zieke was gekomen en hem de H, Communie had uitgereikt, ontstond in het nachtelijk duister zulk een onweer, vergezeld gaande van zóoveel windvlagen en bliksemflikkeringen, zoo vaak en zoo helder, dat de nacht veranderd scheen in dag en allen vreesden, dat het uur des oordeels aangebroken was. De priester echter, de doos met het H. Sacrament opheffend om het huis rond te gaan, teekende zich met het teeken des H. Kruises en terstond zag hij in een hoek van hetzelfde huis als het ware een menschelijken schaduw staan. En toen hij, geschrokken door de verschijning, doch door het vertrouwen op bet Lichaam des Heeren, dat hij in zijn handen droeg, bemoedigd vroeg, wat of wie zij was, antwoordde deze: "Ik ben die beklaagde, wiens biecht gij hebt gehoord," Hierop sprak de priester: ,Van waar komt gij en hoe is het met u?" "Mij gaat het goed en slecht", zeide hij. "In welk opzicht goed?"
"Omdat ik wegens mijn biecht minder vreeselijk word gekweld. Slecht echter gaat het mij, omdat ik verdoemd ben." Op dit woord sprak de priester verschrikt: "Hebt gij dan niet uw zonden beleden onder tranen en gezucht des boezems en hoe kan he nu zijn zooals gij zegt?" Daarop antwoordde hij: "Ik heb vergeten mijn grootste zonde te biechten en daarom strekte nij de belijdenis van mijn misdaden in geenen deele tot heil. Nooit heb ik geloofd of willen gelooven, dat het waarlijk het Lichaam van Christus is, wat op het altaar door de hand des priesters wordt geconsacreerd en daar verschijnt onder de gedaante van brood. Daarom ben ik volkomen terecht verdoemd. Gij hadt echter tijdens de biecht moeten ondervragen over het geloof in dat Sacrament."
Toen de priester, die een groot medelijden met hem, had, zeide: ,,Als gij nog geholpen kunt worden, zeg het mij dan, omdat ik bereid ben een zware boete voor u op mij te nemen", antwoordde deze: Kwel u niet, omdat het mij niet zal baten".
,,Door mij bezworen in den naam Christi hadt gij beloofd, dat gij, wanneer gij kwaamt, niemand zoudt leed doen, en zie, bij uw verschijning is een groote en zeer gevaarlijke storm opgerezen."
"Dit is niet door mij, maar door de helsche demonen bewerkt. Omdat ik, wegens uw bezweringen, voor een korten tijd aan de helsche straffen ben onttrokken, hebben ze de lucht in beroering gebracht en dit onweer verwekt, en als ik u niet had beloofd, dat ik u niet zou kwetsen, noch iemand van de uwen, dan zou ik u veel kwaad hebben berokkend. Met deze woorden verdween hij, terwiji de demonen onder hevig onweer tent tweeden male den hemel in beroering brachten, toen de bovengenoemde priester werd weggeleid. Den volgenden morgen bemerkte men, dat in het landhuis zelve vijf menschen door geweld van het onweer waren gedood, dat gebouwen waren ingestort, boomen gebroken en. meerdere er van met wortel en al waren losgerukt.

*) Deze sage is genomen uit het tweede boek der Mirakelen van Cesarius van Heisterbach (1170-1240). Op het verhaal zelf volgt nog een uitvoerige bespiegeling over het geloof in het H. Sacrament en het gebrek aan eerbied, dat dienaangaande werd betoond. Het bisdom Maastricht, waarvan hier gesproken wordt, bestond intusschen -door de overbrenging van den bisschopszetel daarvan naar Luik door St. Hubertus- al sinds de achtste eeuw onzer jaartelling niet meer.

Onderwerp

SINSAG 0918 - Teufel führt Sünder mit.    SINSAG 0918 - Teufel führt Sünder mit.   

Beschrijving

Een dief die tot de galg is veroordeeld, vraagt een priester om te biechten. De dief biecht zo uiterst nauwkeurig en berouwvol, dat de priester versteld staat. Na zijn dood verschijnt hij echter toch aan de priester met de mededeling verdoemd te zijn. Hij heeft zijn grootste zonde nooit gebiecht: dat hij niet geloofde dat de Heilige Communie echt het lichaam van Christus was.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.

Commentaar

1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Duivelssagen'.
Teufel führt Sünder mit

Naam Overig in Tekst

Sacrament    Sacrament   

Lichaam des Heeren    Lichaam des Heeren   

Heer    Heer   

God    God   

Walena    Walena   

Johannes    Johannes   

Jezus Christus    Jezus Christus   

Mirakelen van Cesarius van Heisterbach    Mirakelen van Cesarius van Heisterbach   

Heilige Communie    Heilige Communie   

Naam Locatie in Tekst

Maastricht    Maastricht   

Luik    Luik   

Sint-Hubertus    Sint-Hubertus   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20