Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP182 - Van schatten: De onderaardse gang

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

DE ONDERAARDSCHE GANG.

lemand te Maastricht hoorde wel dikwijls 's nachts gestommel in zijn kelder. Hij was een man, die geen angst kende en zoo ging hij dan op een keer, toen hij het gestommel weer hoorde, naar beneden. in den kelder gekomen, viel hem van schrik de lamp, die hij droeg, haast uit de handen. Daar liep een donkere gedaante been en weer, maar zoo licht of zij zweefde. Die gedaante wenkte hem naderbij te komen en te volgen. Hij weigerde dit en klom héél langzaam, het gelaat naar het spook gericht, weer uit zijn kelder naar boven. Den volgenden nacht hoorde hij het spookgeluid opnieuw. Hij was al wat been over zijn eersten schrik en begreep, dat het spook iets van hem gedaan wilde hebben. Hij wist ook van anderen, die zoo iets hadden gedurfd, dat het hun rijkdom had gebracht. En daarvoor wilde hij alles wagen. Toen hij weer in den kelder kwam, zag hij er de verschijning weer wachten en wenken. Moedig vroeg hij het spook, wat het begeerde. Dit verzocht hem voor te gaan en toonde hem in den muur een deur, die de man nooit had gezien. Daar hij dit weigerde, ging de gedaante voor; hij volgde haar door een onderaardsche héél lange gang. Aan het einde van die gang lag in den vloer een groote steen. Het spook gebood den man dien te lichten. Hij weigerde weer en nu begon het spook zelf te werken om den steen te verwijderen. Met veel moeite wilde dit gelukken, Doch nauwelijks had de man een grooten pot met geld gezien, waarbij een briefje lag, of het spook verdween en liet den zwaren steen vallen, zoo, dat de opening met den geldpot weer dicht lag. De man begon na eenig nadenken te begrijpen, dat het daar even één uur had geslagen en het spook door geen macht ter wereld kon blijven. Nadat er eenige uren verloopen waren, hoorde hij een veraf gedaver en gedreun boven zijn hoofd. Het leek veroorzaakt te worden door karren en wagens; hij begreep nu, dat hij ergens onder de Markt moest zitten. Zoo moest hij drie en twintig uren doorbrengen, eer het spook weer verscheen.
Te middernacht kwam het terug, tilde den steen weg en gebood den man den pot met geld te dragen. De man weigerde ook ditmaal en liet het spook den zwaren pot versjouwen. Het ging hem vóór en toen het den pot tot in 's mans kelder had gebracht, sloeg het juist één uur en verdween het dus. De man opende nu het briefje, dat bij den pot lag en las, dat hij de helft van het geld moest bezorgen aan een met name genoemde kerk, de andere helft was voor hem, die de bestelling van de eerste helft uitvoerde. Zoo werd hij een rijk man. Door dat verblijf van vier en twintig uren in dien onderaardschen gang was zijn haar evenwel wit geworden als sneeuw.

Onderwerp

SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.    SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   

Beschrijving

Een spook sluit een dappere man op in een onderaardse gang die te bereiken is vanuit diens eigen kelder. De man wacht 23 uur voordat het spook terugkomt. Het spook haalt een schat tevoorschijn die de man moet verdelen tussen de kerk en hemzelf. Zo werd hij een rijk man, maar zijn haar was na dat etmaal onder de grond wit geworden als sneeuw.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.

Commentaar

1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van schatten'.
Der verborgene Schatz

Naam Locatie in Tekst

Maastricht    Maastricht   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20