Hoofdtekst
DE KLEINE SCHEPPER,
Te Mechele bij Wittem was een kind van twee jaar, dat altijd balletjes van leem kneedde. Op zichzelf was dat niets wonderlijks, maar wanneer dat kind die balletjes wegwierp en ze over den grond rolden, veranderden ze plotseling in levende muisjes, katjes, hondjes, konijntjes en ander klein gedierte.
De ouders wisten dit niet, tot op zekeren dag de moeder z.g. fommen of kluiten een mengsel van kolengruis en leem maakte. Het kind kneedde ook daarvan balletjes, wierp die weer weg en dadelijk veranderden ze in levende kleine dieren. "Kijk eens, moeder, wat ik ken!" riep het. "Ja kind, ik zie het. Je kent te veel."
Den volgenden dag ging zij naar den pastoor en vertelde hem het geval. Deze meende, dat er iets in het doopsel van het kind moest zijn vergeten en dat het nu opnieuw moest worden gedoopt. Dit gebeurde en na dien tijd heeft het kind nooit meer van balletjes leem levende dieren kunnen maken.
Te Mechele bij Wittem was een kind van twee jaar, dat altijd balletjes van leem kneedde. Op zichzelf was dat niets wonderlijks, maar wanneer dat kind die balletjes wegwierp en ze over den grond rolden, veranderden ze plotseling in levende muisjes, katjes, hondjes, konijntjes en ander klein gedierte.
De ouders wisten dit niet, tot op zekeren dag de moeder z.g. fommen of kluiten een mengsel van kolengruis en leem maakte. Het kind kneedde ook daarvan balletjes, wierp die weer weg en dadelijk veranderden ze in levende kleine dieren. "Kijk eens, moeder, wat ik ken!" riep het. "Ja kind, ik zie het. Je kent te veel."
Den volgenden dag ging zij naar den pastoor en vertelde hem het geval. Deze meende, dat er iets in het doopsel van het kind moest zijn vergeten en dat het nu opnieuw moest worden gedoopt. Dit gebeurde en na dien tijd heeft het kind nooit meer van balletjes leem levende dieren kunnen maken.
Beschrijving
Een kind van twee kan levende dieren maken uit de leemballetjes die het heeft gekneed. Zijn moeder gaat naar de pastoor en die meent dat er wat mis is gegaan bij de doop. De pastoor doopt het kind opnieuw. Sindsdien heeft het nooit meer levende dieren kunnen scheppen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van toovenaars'.
Naam Overig in Tekst
Mechele   
Naam Locatie in Tekst
Wittem   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
