Hoofdtekst
DE WONDERBARE ZAAIER.
Op het kasteel Horn leefde vroeger een knecht, die, wanneer hem werd bevolen een bed boonen te zaaien, aan iederen hoek van het bed een boon stopte. Hij nam vervolgens zijn pet of een zakdoek, sloeg er viermaal mee in den wind en zeide daarbij: "Roetsch, roetsch, roetsch, roetsch! Voor ieder van de vier zijden éénmaal" Had hij dit gedaan, dan was het hééle bed met boonen bezaaid. De duivel zou daar niet vreemd aan geweest zijn.
Op het kasteel Horn leefde vroeger een knecht, die, wanneer hem werd bevolen een bed boonen te zaaien, aan iederen hoek van het bed een boon stopte. Hij nam vervolgens zijn pet of een zakdoek, sloeg er viermaal mee in den wind en zeide daarbij: "Roetsch, roetsch, roetsch, roetsch! Voor ieder van de vier zijden éénmaal" Had hij dit gedaan, dan was het hééle bed met boonen bezaaid. De duivel zou daar niet vreemd aan geweest zijn.
Beschrijving
Een kasteelknecht die bonen moest zaaien, hoefde maar te roepen 'Roetsj, voor ieder van de vier zijden eenmaal' en het hele veld was al bezaaid. De duivel zou daar niet vreemd aan zijn geweest.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925
Commentaar
1925
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van toovenaars'.
Naam Overig in Tekst
Duivel   
Naam Locatie in Tekst
Horn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
