Hoofdtekst
Gestolen kippen
Het is verteld geworden in een van de grensdorpen, in de tijd van de grote Europese oorlog, door een veldwachter aan een van de militairen van de grenswacht.
Bij die veldwachter werden al een geruime tijd kippen gestolen. De man kon er niet achter komen, wie dat deed en kon evenmin de minste aanwijzing vinden. Ten einde raad ging hij naar een waarzegster en zette haar zijn geval uiteen. De waarzegster hoorde hem aan en vroeg hem toen of hij niet bang was. Dat was hij niet en ook nooit geweest. Dan zou hij haar maar eens volgen.
Zij ging hem voor en nam hem mee naar een schuur, tot waar deze eindigde in een soort onderaardse ruimte. Daar bracht zij de man bij een vuur, zo hevig als de hel, en daar toonde zij hem in de vlammen de mensen, die hem zijn kippen ontstolen hadden. Hij herkende ze, doch wist ze niet te wonen. De waarzegster wees hem nu aan, waar de kippen woonden. Zij voegde er nog bij, dat in de schuur bij die mens, de kip die zij het laatst bij hem gestolen hadden, nog onder een korf zat.
De veldwachter ging naar huis, en overlegde de zaak nog eens bij zichzelf, want na hetgeen hij gezien had, wilde hij toch voorzichtig zijn. Eindelijk besloot hij toch, zijn goed recht te laten gelden en begaf hij zich in de richting van het huis dat de waarzegster hem had aangewezen. Toevallig passeerde daar een jongetje. Hij riep het manneke en vroeg hem of hij niet een dubbeltje wilde verdienen. Dat wilde de jongen wel. Dan moest hij met hem mee komen en daar in die schuur die korf omwerpen. Zij gingen de schuur binnen.
Toen de jongen de korf omwierp, kwam er werkelijk een kip onderuit gelopen en had de veldwachter ze al gauw als een van zijn gestolen dieren herkend. Hij was nooit bang geweest, maar van dat zien van dat vuur had hij grijze haren gekregen.
Het is verteld geworden in een van de grensdorpen, in de tijd van de grote Europese oorlog, door een veldwachter aan een van de militairen van de grenswacht.
Bij die veldwachter werden al een geruime tijd kippen gestolen. De man kon er niet achter komen, wie dat deed en kon evenmin de minste aanwijzing vinden. Ten einde raad ging hij naar een waarzegster en zette haar zijn geval uiteen. De waarzegster hoorde hem aan en vroeg hem toen of hij niet bang was. Dat was hij niet en ook nooit geweest. Dan zou hij haar maar eens volgen.
Zij ging hem voor en nam hem mee naar een schuur, tot waar deze eindigde in een soort onderaardse ruimte. Daar bracht zij de man bij een vuur, zo hevig als de hel, en daar toonde zij hem in de vlammen de mensen, die hem zijn kippen ontstolen hadden. Hij herkende ze, doch wist ze niet te wonen. De waarzegster wees hem nu aan, waar de kippen woonden. Zij voegde er nog bij, dat in de schuur bij die mens, de kip die zij het laatst bij hem gestolen hadden, nog onder een korf zat.
De veldwachter ging naar huis, en overlegde de zaak nog eens bij zichzelf, want na hetgeen hij gezien had, wilde hij toch voorzichtig zijn. Eindelijk besloot hij toch, zijn goed recht te laten gelden en begaf hij zich in de richting van het huis dat de waarzegster hem had aangewezen. Toevallig passeerde daar een jongetje. Hij riep het manneke en vroeg hem of hij niet een dubbeltje wilde verdienen. Dat wilde de jongen wel. Dan moest hij met hem mee komen en daar in die schuur die korf omwerpen. Zij gingen de schuur binnen.
Toen de jongen de korf omwierp, kwam er werkelijk een kip onderuit gelopen en had de veldwachter ze al gauw als een van zijn gestolen dieren herkend. Hij was nooit bang geweest, maar van dat zien van dat vuur had hij grijze haren gekregen.
Onderwerp
SINSAG 0489 - Das zweite Gesicht   
Beschrijving
De kippen van een veldwachter worden veel gestolen. Een waarzegster ziet in de vlammen van een heel heet vuur de daders en kan ook vertellen waar zij wonen. De man durft het nauwelijks te geloven, maar hij merkt later dat zij gelijk heeft. Van angst heeft hij grijze haren gekregen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van heksen en maren'.
Das zweite Gesicht
Naam Overig in Tekst
Europese oorlog   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
