Hoofdtekst
Het spooktournooi
Toen enige mensen met een karos over de Maas trokken, zagen zij naast de openbare weg tussen Maastricht en St.-Pieter een man op zich toe rijden, gezeten op een zeer zwart paard, die met grote snelheid reed en met sterke stem riep: 'Wacht 'n beetje en gij zult zien een zeer groot tournooi, dat dra op deze plek zal plaats grijpen.' En zie, weldra ontwaarden ze een zeer grote legerplaats, waar nooit tevoren een legerplaats was gezien, en waaruit, terwijl zij toekeken en zich als inboorlingen grotelijks verwonderden over de plotselinge aanwezigheid van het kamp, te voorschijn trad met gevolg en onder hevig gedruis Lodewijk, graaf van L. met zijn broeders Henricus en Arnoldus met hun krijgsgevangenen, die enkele jaren te voren waren gestorven. Hen volgden Theodorik Heigher en Hendrik van Limborch, vermaarde krijgslieden en in de dienst des duivels, vrij berucht of veel genoemd en die, ongeveer terzelfdertijd als de reeds genoemde graven, zijn gestorven en gesneuveld in het tournooi. Terwijl zij in een grote menigte met hun vanen en de bekende strijdkreet de wapenhandel bedreven, door elkaar beurtelings te treffen met zwaarden en met knotsen, in dier voege, dat sommigen aan de kant der tegenpartij op de vlucht werden gedreven, dan weer aanvielen, dan weer wegsnelden en omgekeerd.
Door hun geschreeuw nu opgeroepen, kwamen de rondom wonende mensen - ten getale van ongeveer 400 - van beide kanten toestromen, die allen hetzelfde tournooi en de in de strijd gewikkelde soldaten terzelfder plaatse zagen en nog heden getuigen sommigen, dat het zo is. Allen immers die terzelfder plaatse zijn gezien, waren reeds uit het leven gescheiden, want van het regiment soldaten, die ze kenden, verscheen daar geen één levende.
Deze verschrikkelijke verschijning nu had plaats in het jaar 0. H. 1223. Hun lichamen zag men op deze wereld zoals speelpoppen gebruikt worden door de duivels. Nu is het te vrezen, dat hun zielen door de demonen erg gekneveld worden in de helse tournooien. Ik geloof echter niet dat daar hun lichamen, reeds deels tot as vergaan, echt waren, maar schimmen. (Cesarius van Heisterbach)
Toen enige mensen met een karos over de Maas trokken, zagen zij naast de openbare weg tussen Maastricht en St.-Pieter een man op zich toe rijden, gezeten op een zeer zwart paard, die met grote snelheid reed en met sterke stem riep: 'Wacht 'n beetje en gij zult zien een zeer groot tournooi, dat dra op deze plek zal plaats grijpen.' En zie, weldra ontwaarden ze een zeer grote legerplaats, waar nooit tevoren een legerplaats was gezien, en waaruit, terwijl zij toekeken en zich als inboorlingen grotelijks verwonderden over de plotselinge aanwezigheid van het kamp, te voorschijn trad met gevolg en onder hevig gedruis Lodewijk, graaf van L. met zijn broeders Henricus en Arnoldus met hun krijgsgevangenen, die enkele jaren te voren waren gestorven. Hen volgden Theodorik Heigher en Hendrik van Limborch, vermaarde krijgslieden en in de dienst des duivels, vrij berucht of veel genoemd en die, ongeveer terzelfdertijd als de reeds genoemde graven, zijn gestorven en gesneuveld in het tournooi. Terwijl zij in een grote menigte met hun vanen en de bekende strijdkreet de wapenhandel bedreven, door elkaar beurtelings te treffen met zwaarden en met knotsen, in dier voege, dat sommigen aan de kant der tegenpartij op de vlucht werden gedreven, dan weer aanvielen, dan weer wegsnelden en omgekeerd.
Door hun geschreeuw nu opgeroepen, kwamen de rondom wonende mensen - ten getale van ongeveer 400 - van beide kanten toestromen, die allen hetzelfde tournooi en de in de strijd gewikkelde soldaten terzelfder plaatse zagen en nog heden getuigen sommigen, dat het zo is. Allen immers die terzelfder plaatse zijn gezien, waren reeds uit het leven gescheiden, want van het regiment soldaten, die ze kenden, verscheen daar geen één levende.
Deze verschrikkelijke verschijning nu had plaats in het jaar 0. H. 1223. Hun lichamen zag men op deze wereld zoals speelpoppen gebruikt worden door de duivels. Nu is het te vrezen, dat hun zielen door de demonen erg gekneveld worden in de helse tournooien. Ik geloof echter niet dat daar hun lichamen, reeds deels tot as vergaan, echt waren, maar schimmen. (Cesarius van Heisterbach)
Beschrijving
Naast de openbare weg tussen Maastricht en St.-Pieter spelen de zielen van de overledenen van een eerdere strijd samen een toernooi.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.
Naam Overig in Tekst
St.-Pieter   
Henricus   
Arnoldus   
Lodewijk van L.   
Theodorik Heigher   
Hendrik van Limborch   
Duivel   
Cesarius van Heisterbach   
Naam Locatie in Tekst
Maastricht   
Maas   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
