Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP245 - Van spoken: Kwelgeest in een klooster

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

Kwelgeest in een klooster

Een arme vrouw had eens gedurende de Vasten, in het klooster 'Wertet' (1 dat in het graafschap Horn lag, een maat zout van ongeveer drie pond geleend. Enige dagen voor Pasen bracht zij het zout terug, maar geen drie doch zes pond. Het scheen echter dat het met dat zout niet in de haak was. Van dat ogenblik af vonden de nonnen in haar slaapkamers een menigte witte kogeltjes, ter grootte van een erwt en zoutachtig van smaak. Zij aten er niet van, want niemand wist wat het was of van waar zij kwamen.
Niet lang daarna hoorde men hier en daar gekerm als van een zieke; en in de nacht scheen het, dat dan die non, en dan weer een andere, of meer nonnen zelfs, een of meer van de overigen aanmaanden, om op te staan en een zieke zuster te helpen. Stonden de geroepenen echter
op en gingen zij naar de zuster van wie zij dachten dat zij had geroepen, dan begrepen zij, door iets bedrogen te zijn; doch door wat, kon niemand zeggen. Wilden de zusters wateren, dan werd haar plotseling het nachtmeubel ontrukt en ging alles over de vloer of door het bed. Sommigen van haar werden met de benen uit het bed getrokken en over de grond gesleurd, of zo onder de voeten gekitteld dat zij van het lachen in onmacht vielen. Anderen verging het nog erger; hele lappen vlees werden haar uit het lichaam geknepen, de armen omgedraaid of de hals zo gekeerd, dat het gelaat haar op de rug stond. Brood of andere spijzen konden zij niet tot zich nemen, want zij werden daarbij geplaagd door gedurig braken. Soms bracht de spookgeest haar in levensgevaar, want niet zelden hief hij de nonnen een manslengte van de vloer en liet ze dan neerkwakken.
Op zekere dag kwamen enige verwanten en kennissen van de zusters in het klooster om de begijntjes wat op te beuren, maar nauwelijks zaten allen aan tafel, of meerdere van de bezoekers werden ruggelings op de grond getrokken. Een van de zusters werd in de hoogte geheven en, hoezeer ook alle aanwezigen haar vasthielden, opgetrokken en daarna op de grond gesmeten, dat zij voor dood neerlag. Een tijdje later ontwaakte zij weer als uit een diepe slaap en zonder enig letsel. Even later begonnen enigen van het gezelschap op de knieën rond te lopen, anderen klommen als katten in de bomen op en even gemakkelijk en vlug naar beneden. En toen de abdis op zekere dag met gravin Margaretha van Horn in gesprek was, kneep het haar zo sterk in de heupen, dat zij het luid uitschreeuwde van pijn. Men droeg haar te bed, onderzocht de plek, waar zij geknepen was en bevond dat haar lichaam daar helemaal blauw was.
Deze spokerij duurde drie volle jaren. Nadien werd het waarschijnlijk stil gehouden, men hoorde er tenminste niets meer van.

1) Vermoedelijk het klooster der Witte Vrouwen of Kanunnikessen van de H. Augustinus te Weert, dat in de Maasstraat stond en Maria Wijngaart heette.

Beschrijving

Een vrouw heeft zout geleend bij een klooster en brengt het dubbel terug. Sindsdien worden de nonnen op allerlei manieren gekweld door een mysterieuze plaaggeest. Deze spokerij duurt tenminste drie jaar.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970

Commentaar

1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.

Naam Overig in Tekst

Wertet    Wertet   

Vasten    Vasten   

Pasen    Pasen   

Witte Vrouwen of Kanunnikessen van de H. Augustinus te Weert    Witte Vrouwen of Kanunnikessen van de H. Augustinus te Weert   

Maria Wijngaart    Maria Wijngaart   

Margaretha    Margaretha   

Naam Locatie in Tekst

Horn    Horn   

Maasstraat    Maasstraat   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20