Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WEV005507 - Heksen

Een sage (mondeling), zaterdag 02 maart 1963

Hoofdtekst

Heksen
In de keet van een polderjongen was eens een zieke. Er was een krans in 't kussen gezien. De zieke was dus behekst.
En wie kreeg de schuld?
Een vrouw, die er met de broodkruiwagen liep.
“Ziezo”, zeiden de polderjongens, “zoek maar takken, dan gaan we een grote hoop maken en we verbranden de heks levend.”
De takkenhoop werd klaar gemaakt.
De aannemer heeft de vrouw zo ver gekregen, dat ze vertrokken is. Anders was ze wel verbrand. Ze heeft zich nooit weer laten zien.
Maar toen de hoop klaar was, zagen de kerels een zwarte kat lopen.
“Daar gaat ze,” riepen ze, “de hekse.”
Een toen achter de kat aan, die ze doodgeslagen hebben.

Onderwerp

TM 3109 - Heksenkrans in kussen    TM 3109 - Heksenkrans in kussen   

TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek    TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   

Beschrijving

Nadat in het kussen van een zieke een heksenkrans is gevonden, wordt een vrouw als heks gezien en wil men haar verbranden. De vrouw vertrekt, waarna een zwarte kat wordt beschouwd als zijnde de vrouw.

Bron

Collectie Wever, verslag 55, verhaal 7 (Archief Meertens Instituut)

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21