Hoofdtekst
Heksen
In de keet van een polderjongen was eens een zieke. Er was een krans in 't kussen gezien. De zieke was dus behekst.
En wie kreeg de schuld?
Een vrouw, die er met de broodkruiwagen liep.
“Ziezo”, zeiden de polderjongens, “zoek maar takken, dan gaan we een grote hoop maken en we verbranden de heks levend.”
De takkenhoop werd klaar gemaakt.
De aannemer heeft de vrouw zo ver gekregen, dat ze vertrokken is. Anders was ze wel verbrand. Ze heeft zich nooit weer laten zien.
Maar toen de hoop klaar was, zagen de kerels een zwarte kat lopen.
“Daar gaat ze,” riepen ze, “de hekse.”
Een toen achter de kat aan, die ze doodgeslagen hebben.
In de keet van een polderjongen was eens een zieke. Er was een krans in 't kussen gezien. De zieke was dus behekst.
En wie kreeg de schuld?
Een vrouw, die er met de broodkruiwagen liep.
“Ziezo”, zeiden de polderjongens, “zoek maar takken, dan gaan we een grote hoop maken en we verbranden de heks levend.”
De takkenhoop werd klaar gemaakt.
De aannemer heeft de vrouw zo ver gekregen, dat ze vertrokken is. Anders was ze wel verbrand. Ze heeft zich nooit weer laten zien.
Maar toen de hoop klaar was, zagen de kerels een zwarte kat lopen.
“Daar gaat ze,” riepen ze, “de hekse.”
Een toen achter de kat aan, die ze doodgeslagen hebben.
Onderwerp
TM 3109 - Heksenkrans in kussen   
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
Beschrijving
Nadat in het kussen van een zieke een heksenkrans is gevonden, wordt een vrouw als heks gezien en wil men haar verbranden. De vrouw vertrekt, waarna een zwarte kat wordt beschouwd als zijnde de vrouw.
Bron
Collectie Wever, verslag 55, verhaal 7 (Archief Meertens Instituut)
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
