Hoofdtekst
Schenckenburg
De laatste Schenk van Neideg die op het kasteel Schenckenburg woonde was een vrijgeest en een dronkaard. Hij kwam iedere dag voorbij het Sint-Antoniuskapelletje dat zijn voorouders hadden gesticht. Hij moest dan altijd spotten en zeggen dat hij Sint-Antonius wel eens zou bezoeken, wanneer deze wat in de fles had. Dat duurde zolang, tot men hem op zekere morgen na een braspartij, dood vond voor het beeld in het kapelletje. Na die tijd had het kasteel geen goede naam meer. De valbrug moest om negen uur worden opgehaald. Werd dit vergeten, dan legde zich een grote zwarte hond op de brug. Hij hield iedereen met vurige klauwen en ogen weg.
Toen er later ook nog een 'paard zonder kop' rondwaarde, werd Schenckenburg afgebroken, maar de weide die men van die plaats trachtte te maken, is steeds een wildernis van distels en doornen gebleven.
De laatste Schenk van Neideg die op het kasteel Schenckenburg woonde was een vrijgeest en een dronkaard. Hij kwam iedere dag voorbij het Sint-Antoniuskapelletje dat zijn voorouders hadden gesticht. Hij moest dan altijd spotten en zeggen dat hij Sint-Antonius wel eens zou bezoeken, wanneer deze wat in de fles had. Dat duurde zolang, tot men hem op zekere morgen na een braspartij, dood vond voor het beeld in het kapelletje. Na die tijd had het kasteel geen goede naam meer. De valbrug moest om negen uur worden opgehaald. Werd dit vergeten, dan legde zich een grote zwarte hond op de brug. Hij hield iedereen met vurige klauwen en ogen weg.
Toen er later ook nog een 'paard zonder kop' rondwaarde, werd Schenckenburg afgebroken, maar de weide die men van die plaats trachtte te maken, is steeds een wildernis van distels en doornen gebleven.
Beschrijving
De zuipende bewoner van het kasteel van Schenckenburg spotte altijd met de heilige Antonius, tot hij op een dag dood voor diens kapel werd gevonden.
Sindsdien gebeuren er akelige dingen rond het kasteel. En toen het kasteel werd afgebroken, bleef de plek altijd begroeid met distels.
Sindsdien gebeuren er akelige dingen rond het kasteel. En toen het kasteel werd afgebroken, bleef de plek altijd begroeid met distels.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van spoken'.
Naam Overig in Tekst
Schenckenburg   
Schenk   
Neideg   
Sint-Antonius   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
