Hoofdtekst
De geheimzinnige poort
Toen de Rechtstraat en de Grachtstraat te Wijk Maastricht nog niet waren doorgebroken waar thans de Wijker Brugstraat is, stond daar ongeveer op de ruimte tussen de Victoria Taverne en de Quatre Saisons 1), een boerderij, omringd met stallen en schuren.
De paardeknecht van die boerderij was op een zaterdagavond uitgegaan om zich te laten scheren. Als naar gewoonte ging hij van de barbier naar een café in de buurt, bleef daar kaarten en vergat zodoende de paarden te voeren.
Midden onder het kaarten herinnerde hij zich de dieren te hebben vergeten. Hij verzocht zijn kameraden even de kaarten te mogen neerleggen, omdat hij de paarden nog verzorgen moest. Een ander kon wel zolang zijn plaats innemen en spelen tot hij terugkwam; dat zou wel heel gauw zijn.
Hij ging, maar toen hij bij de poort kwam van de stal die vlak aan de straat stond, vond hij deze wagenwijd openstaan.
'Wat is dat?' vroeg hij zich af. 'Zou de baas zelf mijn verzuim hebben bemerkt en de dieren hebben gevoederd?'
Hij bereidde zich al voor op een standje, maar hij wilde zich toch overtuigen en ging naar binnen. Daar bemerkte hij dat de paarden onrustig waren en dat er nog geen voeder in hun kribben lag.
'Hm,' dacht hij, 'wat is dat vreemd! De baas is niet hier geweest en de poort staat open? Ik heb ze daar straks toch vast en zeker gesloten!'
Hij voederde de paarden en ging toen terug naar het café, nadat hij de poort weer stevig achter zich gesloten had.
Tot twaalf uur bleef hij kaarten en toen trok hij naar huis. Tot zijn niet geringe verbazing vond hij de poort weer wijd open staan. Zijn eerste gedachte was aan dieven die zich hadden laten insluiten, om hun slag te slaan.
Hij ging de stal binnen, ontstak een stallicht en onderzocht alles nauwlettend, maar kon niets bemerken. Hij besloot nu de poort weer te sluiten en vanaf de straat toe te zien wat er verder gebeurde.
Hiervoor koos hij een duistere hoek van een vooruitspringend huis.
Nauwelijks had hij van uit zijn schuilhoek enige minuten op de poort gelet of daar ging deze weer wagenwijd open. Hij verwachtte nu, dat er wel iemand naar buiten zou komen. Er kwam evenwel niemand.
Eindelijk ging hem een licht op. Het was tussen twaalf en een, het uur, dat al de geheimzinnige en onzichtbare machten de dingen op aarde in hun geweld hebben. Het werd hem nu wel wat bang te moede, maar hij besloot toe te zien wat er verder ging gebeuren, al moest hij er het leven bij laten.
Zo bleef hij wachten in zijn duistere schuilhoek, tot klokslag een uur. Toen sloot de poort zich op dezelfde geheimzinnige wijze, als zij zich tot driemaal toe had geopend.
Toen de Rechtstraat en de Grachtstraat te Wijk Maastricht nog niet waren doorgebroken waar thans de Wijker Brugstraat is, stond daar ongeveer op de ruimte tussen de Victoria Taverne en de Quatre Saisons 1), een boerderij, omringd met stallen en schuren.
De paardeknecht van die boerderij was op een zaterdagavond uitgegaan om zich te laten scheren. Als naar gewoonte ging hij van de barbier naar een café in de buurt, bleef daar kaarten en vergat zodoende de paarden te voeren.
Midden onder het kaarten herinnerde hij zich de dieren te hebben vergeten. Hij verzocht zijn kameraden even de kaarten te mogen neerleggen, omdat hij de paarden nog verzorgen moest. Een ander kon wel zolang zijn plaats innemen en spelen tot hij terugkwam; dat zou wel heel gauw zijn.
Hij ging, maar toen hij bij de poort kwam van de stal die vlak aan de straat stond, vond hij deze wagenwijd openstaan.
'Wat is dat?' vroeg hij zich af. 'Zou de baas zelf mijn verzuim hebben bemerkt en de dieren hebben gevoederd?'
Hij bereidde zich al voor op een standje, maar hij wilde zich toch overtuigen en ging naar binnen. Daar bemerkte hij dat de paarden onrustig waren en dat er nog geen voeder in hun kribben lag.
'Hm,' dacht hij, 'wat is dat vreemd! De baas is niet hier geweest en de poort staat open? Ik heb ze daar straks toch vast en zeker gesloten!'
Hij voederde de paarden en ging toen terug naar het café, nadat hij de poort weer stevig achter zich gesloten had.
Tot twaalf uur bleef hij kaarten en toen trok hij naar huis. Tot zijn niet geringe verbazing vond hij de poort weer wijd open staan. Zijn eerste gedachte was aan dieven die zich hadden laten insluiten, om hun slag te slaan.
Hij ging de stal binnen, ontstak een stallicht en onderzocht alles nauwlettend, maar kon niets bemerken. Hij besloot nu de poort weer te sluiten en vanaf de straat toe te zien wat er verder gebeurde.
Hiervoor koos hij een duistere hoek van een vooruitspringend huis.
Nauwelijks had hij van uit zijn schuilhoek enige minuten op de poort gelet of daar ging deze weer wagenwijd open. Hij verwachtte nu, dat er wel iemand naar buiten zou komen. Er kwam evenwel niemand.
Eindelijk ging hem een licht op. Het was tussen twaalf en een, het uur, dat al de geheimzinnige en onzichtbare machten de dingen op aarde in hun geweld hebben. Het werd hem nu wel wat bang te moede, maar hij besloot toe te zien wat er verder ging gebeuren, al moest hij er het leven bij laten.
Zo bleef hij wachten in zijn duistere schuilhoek, tot klokslag een uur. Toen sloot de poort zich op dezelfde geheimzinnige wijze, als zij zich tot driemaal toe had geopend.
Onderwerp
TM 3401 - Het spookhek   
Beschrijving
Een stalknecht die was vergeten te paarden te voeren, komt erachter dat de poort van de stal open is. Hij sluit hem, maar als hij terugkomt is de poort weer open. De knecht bedenkt zich dan dat het tussen twaalf en een is, het moment waarop de geheimzinnige en onzichtbare machten de dingen op aarde in hun geweld hebben. Pas na drie keer openen sluit de poort zich vanzelf weer.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in: 'Van spokende dieren en dingen'.
Het spookhek
Naam Overig in Tekst
Wijk Maastricht   
Victoria Taverne   
Quatre Saisons   
Naam Locatie in Tekst
Rechtstraat   
Grachtstraat   
Wijker Brugstraat   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
