Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP293 - Van weerwolven: De stem van boven

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

De stem van boven

Te Schaesberg zaten enige mannen te kaarten. Er was een slager bij. Deze kreeg met een van de andere spelers twist over de kaarten en gaf hem in zijn drift een slag om de oren. 'Dat zal je berouw, riep de geslagene.
Enige tijd daarna kreeg de slager tijding dat zijn zuster, die even over de Duitse grens woonde, stervende was. Er bestond toen nog geen spoorverbinding en zo moest hij er met karretje en paard heen. Onderweg werd hij telkens lastig gevallen door een zwarte hond. Wilde hij het dier slaan, dan ontweek het telkens naar de andere zijde van het paard. Hij zag echter dat de zwarte hond een wit plekje boven voor het voorhoofd had en begreep toen met wat soort hond hij te doen had.
In zijn kar lag onder meer ook een houweel en daar men zulke dieren alleen goed kan treffen met blank staal, greep hij het houweel en mikte naar het witte plekje. Hij raakte goed en uit het zwarte vel kroop dezelfde man die hij eens bij het kaarten een slag om de oren had gegeven en die hem toen had toegeroepen: het zal je berouwen.
Die man nu schold de slager geweldig uit en zeide: 'Hier ben je me nog meester, maar wacht tot daarginds aan het bos, daar zal ik je wel vinden; daar ontkom je me niet.'
De slager werd razend en sloeg met zijn houweel wat hij raken kon, tot hij een stem van boven hoorde die hem toeriep: 'Daar staat geschreven: gij zult niet doodslaan!' Verschrokken liet hij nu zijn wapen zakken. Hij liet zijn vijand langs de weg liggen en reed verder. Toen hij aan het huis van zijn zuster kwam was deze reeds overleden.

Beschrijving

Een slager slaat een medespeler tijdens het kaarten, waarop deze zegt: 'Dat zal je berouwen'.
Even later gaat hij op weg naar zijn stervende zuster. Onderweg komt hij een hond tegen met een wit plekje op het voorhoofd. De slager kan deze hond alleen slaan met blank staal. Vervolgens blijkt de hond de man te zijn die de slager had geslagen tijdens het kaartspelen. Uit angst voor de dreigementen van de man, slaat de slager de man neer, totdat een stem van bovenaf roept: 'Daar staat geschreven: gij zult niet doodslaan.'

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970

Commentaar

1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.

Naam Locatie in Tekst

Schaesberg    Schaesberg   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20