Hoofdtekst
Dansende hond
Het was nacht en winter en de sneeuw lag hoog. De man was naar zijn werk en de vrouw liet een nichtje thuis slapen; zij was een beetje angstig.
Opeens werden de beide vrouwen wakker en nu zagen ze dat de luiken opengeslagen waren. Zij merkten spoedig, dat dit van buiten af was gebeurd. Toen zij uitkeken, zagen zij in de sneeuw op de vensterdorpel de afdruksels van twee hondepoten geprent en dat het beest door de sneeuw recht over het bruggetje naar hun huis was gelopen.
Zij stond nog te kijken, toen zich op de weg een grote zwarte hond vertoonde, een met een bijzonder dik achterwerk Tot haar verwondering begon dat dier te dansen, ging op de kop staan sloeg rad, liep op de voorste poten en nadat het allerlei kunsten en grimassen had gemaakt kwam het weer tot aan het bruggetje, boog een paar malen op een spottende wijze voor de vrouwen en verdween toen in de richting van Rothem, een gehucht van Meerssen.
Het nichtje had wel verkering met een jongen, wiens vader de naam had een weerwolf te zijn. Deze was van Rothem vandaan en had zich erg tegen die verkering verzet.
Het was nacht en winter en de sneeuw lag hoog. De man was naar zijn werk en de vrouw liet een nichtje thuis slapen; zij was een beetje angstig.
Opeens werden de beide vrouwen wakker en nu zagen ze dat de luiken opengeslagen waren. Zij merkten spoedig, dat dit van buiten af was gebeurd. Toen zij uitkeken, zagen zij in de sneeuw op de vensterdorpel de afdruksels van twee hondepoten geprent en dat het beest door de sneeuw recht over het bruggetje naar hun huis was gelopen.
Zij stond nog te kijken, toen zich op de weg een grote zwarte hond vertoonde, een met een bijzonder dik achterwerk Tot haar verwondering begon dat dier te dansen, ging op de kop staan sloeg rad, liep op de voorste poten en nadat het allerlei kunsten en grimassen had gemaakt kwam het weer tot aan het bruggetje, boog een paar malen op een spottende wijze voor de vrouwen en verdween toen in de richting van Rothem, een gehucht van Meerssen.
Het nichtje had wel verkering met een jongen, wiens vader de naam had een weerwolf te zijn. Deze was van Rothem vandaan en had zich erg tegen die verkering verzet.
Beschrijving
Een vrouw heeft een nichtje te slapen. Zij beiden zien op een nacht een zwarte hond dansen en spottend naar hen buigen. De wolf verdwijnt daarna richting Rothem. Het nichtje had verkering met een jongen, wiens vader de naam had een weerwolf te zijn, uit Rothem kwam en erg tegen hun verkering was.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.
Naam Locatie in Tekst
Rothem   
Meerssen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
