Hoofdtekst
Het weerwolfsvel verbrand
Bij de pachter van de boerderij bij het kasteel Geusselt onder Amby diende eens een scheper, een klein manneke, dat de naam had een weerwolf te zijn. 's Nachts was hij nooit in bed te vinden, maar 's morgens lag hij er weer in. De knechts van de hoeve hadden dat al dikwijls bemerkt.
Wijl dit zo opvallend was, werd zijn doen en laten gedurig bespied en zo bemerkte men dan ook dat hij, wanneer hij 's avonds uit zijn bed kroop, naar een weide ging, waar heel eenzaam een grote holle wilg stond. Daar verdween hij iedere keer in.
Om het fijne van de zaak te achterhalen stuurde de pachter hem op zekere namiddag naar een dorp, dat meer dan drie uur van de hoeve lag, om daar koeien te kopen. Hij deed dit met opzet, om hem die nacht verwijderd te houden van de hoeve. De herder zou dan niet kunnen terugkeren voor de volgende dag.
In de mening dat hij nu wel ver genoeg was en zij hun slag konden slaan, begaf de pachter zich met zoons en knechts, allen met gaffels gewapend -om op alles voorbereid te zijn- naar de holle wilg. Zij onderzochten de boom van alle kanten en jawel, daar hing het wolfsvel in de uitgeholde stam. Zij namen het vel mee naar de boerderij, om het daar in de bakoven te verbranden.
Het was al avond, toen zij dat zouden gaan doen. Nauwelijks hadden zij het vel in het vuur geworpen of daar kwam de herder, die zich minstens drie uur ver moest bevinden, brullend en met een verschrikkelijke vaart aangestormd. Hij wilde zich in de oven werpen om het vel nog te bemachtigen en men had alle man en krachten nodig om hem, bij zijn herhaalde pogingen dit te doen, in bedwang te houden.
Nadat het vel in zijn bijzijn was verbrand, rukte hij zich los en verdween brullend en in razende vaart in de richting van de holle wilg. Sindsdien is hij niet meer gezien. De wilg waaruit dat vel te voorschijn was gehaald, is pas enige jaren geleden omgehouwen.
Bij de pachter van de boerderij bij het kasteel Geusselt onder Amby diende eens een scheper, een klein manneke, dat de naam had een weerwolf te zijn. 's Nachts was hij nooit in bed te vinden, maar 's morgens lag hij er weer in. De knechts van de hoeve hadden dat al dikwijls bemerkt.
Wijl dit zo opvallend was, werd zijn doen en laten gedurig bespied en zo bemerkte men dan ook dat hij, wanneer hij 's avonds uit zijn bed kroop, naar een weide ging, waar heel eenzaam een grote holle wilg stond. Daar verdween hij iedere keer in.
Om het fijne van de zaak te achterhalen stuurde de pachter hem op zekere namiddag naar een dorp, dat meer dan drie uur van de hoeve lag, om daar koeien te kopen. Hij deed dit met opzet, om hem die nacht verwijderd te houden van de hoeve. De herder zou dan niet kunnen terugkeren voor de volgende dag.
In de mening dat hij nu wel ver genoeg was en zij hun slag konden slaan, begaf de pachter zich met zoons en knechts, allen met gaffels gewapend -om op alles voorbereid te zijn- naar de holle wilg. Zij onderzochten de boom van alle kanten en jawel, daar hing het wolfsvel in de uitgeholde stam. Zij namen het vel mee naar de boerderij, om het daar in de bakoven te verbranden.
Het was al avond, toen zij dat zouden gaan doen. Nauwelijks hadden zij het vel in het vuur geworpen of daar kwam de herder, die zich minstens drie uur ver moest bevinden, brullend en met een verschrikkelijke vaart aangestormd. Hij wilde zich in de oven werpen om het vel nog te bemachtigen en men had alle man en krachten nodig om hem, bij zijn herhaalde pogingen dit te doen, in bedwang te houden.
Nadat het vel in zijn bijzijn was verbrand, rukte hij zich los en verdween brullend en in razende vaart in de richting van de holle wilg. Sindsdien is hij niet meer gezien. De wilg waaruit dat vel te voorschijn was gehaald, is pas enige jaren geleden omgehouwen.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een pachter komt erachter dat een kleine scheper op zijn boerderij vermoedelijk een weerwolf is. Hij stuurt hem weg voor een dag en hij en zijn knechten ontdekken in een holle wilg een wolvenvel. Ze steken het thuis in brand. De scheper keert vervolgens in razend tempo terug en wil zijn vel teruggrijpen. Als dat niet lukt, vlucht de scheper naar de holle boom en is nooit meer teruggezien.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.
Die verbrannte Haut
Naam Overig in Tekst
Geusselt   
Naam Locatie in Tekst
Amby   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
