Hoofdtekst
De lachende weerwolf
Op de weg van Meerssen naar Rothem werd 's nachts langs de Geul dikwijls een weerwolf gezien. Hij kwam op de late voorbijgangers af, schudde zijn pels en maakte hen zo van het hoofd tot de voeten nat. Had hij dat gedaan, dan liep hij een meter of twintig ver weg, keerde zich dan om, boog beleefd voor degenen, die hij had natgemaakt, lachte vervolgens als een kwajongen, die iemand een poets heeft gespeeld en verdween daarna weer in het water of langs de oevers van de Geul.
Op de weg van Meerssen naar Rothem werd 's nachts langs de Geul dikwijls een weerwolf gezien. Hij kwam op de late voorbijgangers af, schudde zijn pels en maakte hen zo van het hoofd tot de voeten nat. Had hij dat gedaan, dan liep hij een meter of twintig ver weg, keerde zich dan om, boog beleefd voor degenen, die hij had natgemaakt, lachte vervolgens als een kwajongen, die iemand een poets heeft gespeeld en verdween daarna weer in het water of langs de oevers van de Geul.
Beschrijving
Een weerwolf plaagde voorbijgangers door ze nat te maken bij het uitschudden van zijn pels. Hij lachte erbij als een kwajongen.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van weerwolven'.
Naam Locatie in Tekst
Meerssen   
Rothem   
Geul   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
