Hoofdtekst
Het kaarsje
Op een donkere, stormachtige avond in de herfst ontmoette een landbouwer in het open veld tussen Mechelen en Epen een grote, witte vrouw met versluierd gelaat. Zij hield hem staande en begon met hem te praten over de duisternis.
De man was niet erg op zijn gemak, maar begreep dat hij het beste deed met die vrouw niet te ergeren door haar te willen ontwijken.
Plotseling duwt zij hem een klein brandend kaarsje, dat zij onder haar mantel verborgen hield, in de hand en verdwijnt of zij in de grond verzonken is. Over de eerste verbazing heen, vervolgt hij zijn weg en verwondert zich nog meer over het kaarsje dat hij in de hand houdt en dat niet uitwaait, ofschoon de bomen bijna breken van de stormwind.
Toen hij thuis kwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.
Op een donkere, stormachtige avond in de herfst ontmoette een landbouwer in het open veld tussen Mechelen en Epen een grote, witte vrouw met versluierd gelaat. Zij hield hem staande en begon met hem te praten over de duisternis.
De man was niet erg op zijn gemak, maar begreep dat hij het beste deed met die vrouw niet te ergeren door haar te willen ontwijken.
Plotseling duwt zij hem een klein brandend kaarsje, dat zij onder haar mantel verborgen hield, in de hand en verdwijnt of zij in de grond verzonken is. Over de eerste verbazing heen, vervolgt hij zijn weg en verwondert zich nog meer over het kaarsje dat hij in de hand houdt en dat niet uitwaait, ofschoon de bomen bijna breken van de stormwind.
Toen hij thuis kwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.
Beschrijving
Een landbouwer ontmoet op een open veld een vrouw met een versluierd gelaat. Zij gaf hem een klein, brandend kaarsje en verdween vervolgens. De kaars ging niet uit in de stormwind.
Toen de man thuiskwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.
Toen de man thuiskwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van juffers en gedaanten zonder kop'.
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
Epen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
