Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP312 - Van juffers en gedaanten zonder kop: Het kaarsje

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

Het kaarsje

Op een donkere, stormachtige avond in de herfst ontmoette een landbouwer in het open veld tussen Mechelen en Epen een grote, witte vrouw met versluierd gelaat. Zij hield hem staande en begon met hem te praten over de duisternis.
De man was niet erg op zijn gemak, maar begreep dat hij het beste deed met die vrouw niet te ergeren door haar te willen ontwijken.
Plotseling duwt zij hem een klein brandend kaarsje, dat zij onder haar mantel verborgen hield, in de hand en verdwijnt of zij in de grond verzonken is. Over de eerste verbazing heen, vervolgt hij zijn weg en verwondert zich nog meer over het kaarsje dat hij in de hand houdt en dat niet uitwaait, ofschoon de bomen bijna breken van de stormwind.
Toen hij thuis kwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.

Beschrijving

Een landbouwer ontmoet op een open veld een vrouw met een versluierd gelaat. Zij gaf hem een klein, brandend kaarsje en verdween vervolgens. De kaars ging niet uit in de stormwind.
Toen de man thuiskwam wilde hij het kaarsje uitdoven en uit de hand leggen. Dit was echter niet mogelijk. Hij moest wachten tot een 'ingewijde', een zogenaamde heksenmeester of heksenbezweerder hem met zijn kunst daarvan bevrijdde.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970

Commentaar

1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van juffers en gedaanten zonder kop'.

Naam Locatie in Tekst

Mechelen    Mechelen   

Epen    Epen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20