Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KEMP321 - Van verzuimde bedevaarten en ongeldige missen: De verzuimde bedevaart

Een sage (boek), 1925

Hoofdtekst

De verzuimde bedevaart

Te Meerssen woonde eens een arm meisje. Haar ouders waren dood en broers of zusters had zij niet meer, zelfs geen andere naaste verwanten. Waar zij nu zo geheel alleen op de wereld stond, bleef haar niet veel anders over dan zich als meid te verhuren bij een boer. Dit deed zij dan ook.
In het begin waren haar meester zeer tevreden over haar. Dat zou niet lang duren.
Toen het meisje bij de boer kwam, had deze haar de verzorging van het vee opgedragen. Sinds zij echter op de boerderij was, bemerkte de boer dat zijn koeien niet meer zoveel melk gaven als vroeger.
Hij sprak erover met zijn vrouw en met zijn kennissen, maar dezen waren van mening, dat hij de schuld moest zoeken bij het meisje. Het was immers niet onmogelijk dat het meisje de melk uitdronk of heimelijk verkocht.
De boer wilde dat eerst niet geloven. Toen de melk steeds minder werd, dan voor haar komst bij de boer, moest de laatste aan die verdachtmakingen wel wat geloof schenken. Hij gaf het meisje een vermaning en dreigde haar de dienst op te zeggen indien dit niet veranderde.
Er kwam echter geen verandering, zodat de boer haar uit zijn dienst ontsloeg. Uit medelijden met haar, wijl zij een wees was, had hij al veel geduld met haar gebad en nog altijd gehoopt dat zij die slechte gewoonte om melk te verkwanselen, zou hebben afgeleerd. Op die manier kon hij zijn melk wel zelf verkopen, of uitslurpen, als bij dat nodig vond, dat moest zij toch wel begrijpen.
Ze schreide van droefheid toen de boer haar ontsloeg, want zij begreep zeer goed dat zij nu spoedig geen onderdak meer zou bebben en ook niet licht meer zou krijgen, want wie wilde er een meid hebben, die de naam had te hebben gestolen?
Zij hield tegenover de boer vol, onschuldig te zijn.
'Waar blijft dan in godsnaam de melk?' vroeg de boer.
En toen vertelde het meisje wat haar al geruime tijd bij het melken overkwam, en waar, en waarover zij tot nog toe niet had durven spreken.
Iedere avond wanneer zij in de stal ging melken en zij daar een poosje mee bezig was, kwam er iets achter haar en stiet dan de emmer met melk om. Zij schrok daar telkens hevig over, doch durfde er de boer niets van zeggen, uit angst dat hij haar zou wegjagen, wijl zij hem spoken op de hof bracht.
De boer stond over dat verhaal zeer verwonderd; hij bedacht zich geruime tijd en wist toen geen betere oplossing dan dat het meisje met hem naar de deken zou gaan en daar vernemen wat deze ervan zou zeggen.
Zij gingen dan naar de deken en daar vertelde de boer van de mindere opbrengst aan melk en van de vermoedens die hij had; het meisje vertelde op haar beurt het geheimzinnige geval van de emmer melk, die telkens werd omgestoten.
De deken toonde zich al even verwonderd als de boer en besloot nog dezelfde avond bij het meisje in de stal te komen zitten, om te zien wat er dan gebeurde.
De deken kwam en stelde zich verdekt op in een donkere hoek van de stal. Het meisje begon te melken en na enige minuten zag de deken dat er iets de emmer met melk omstiet. Wat het was kon hij niet zien; dat het gebeurde daar kon hij niet aan twijfelen.
Nadat het meisje klaar was met melken, verliet ook de deken de stal. De boer die erg benieuwd was naar de afloop, kwam hem al tegemoet.
'Boer!' zei deze, 'het meisje heeft geen schuld. Ik heb zelf gezien dat iets de emmer omstiet. Wat het was weet ik niet; wij zullen er echter achterkomen en daarom kom ik morgenavond terug!'
Daarna keerde hij zich tot het meisje en zeide: 'Morgenavond kom ik dicht bij je zitten; maar zodra de melkemmer wordt omvergestoten, moet je dadelijk omkijken en zien wat het is.'
De volgende avond nam de deken weer plaats in de stal, dicht bij het meisje, opdat het niet bang zou zijn. Het meisje kon echter nauwelijks zijn begonnen met melken of daar sloeg de emmer alweer omver. Niet meer zo bang, door de aanwezigheid van de priester, durfde zij omkijken om te zien wat het was. Toen ze dat deed viel ze in zwijm. Dadelijk sprong de deken op, trok bet meisje onder de koe uit en riep de boer. Deze, doodnieuwsgierig naar de afloop, had zich gereed gehouden en was nog geen minuut later al in de stal. Geholpen door de deken bracht hij het meisje het huis in waar het, na aanwending van gebruikelijke middelen, spoedig was bijgebracht.
De deken vroeg haar toen wat ze dan toch had gezien, dat zij zo was geschrokken.
'Het was de schim van mijn overleden vader,' antwoordde het meisje.
De deken vroeg haar nu of zij de volgende avond nog eens in de stal durfde gaan zitten. Hij raadde het haar ten zeerste aan. Daar hij wel begreep dat het meisje doodsangst uitstond, beloofde hij haar, naast haar te gaan zitten en haar bij de arm te grijpen, zodra de emmer weer werd omgestoten. Maar dan moest zij haar vader ook vragen, wat hij verlangde.
De avond viel en de deken ging viak naast het meisje zitten. Toen de emmer weer omver viel, greep de deken haar bij de arm. Het meisje vermande zich nu, keek om en vroeg haar vader waarom hij haar dat aandeed.
'Ik heb een gelofte gedaan aan de Heilige Maagd, om barrevoets en op water en brood een bedevaart te doen naar Scherpenheuvel. Die gelofte heb ik wetens en willens niet volbracht en daarom kan ik de hemelse rust niet vinden. Ik kan die gelofte niet meer gestand doen, maar zo gij die van mij wilt overnemen en barrevoets en op water en brood naar Scherpenheuvel wilt gaan, zal ik verlost zijn'
Het meisje bedacht zich even; de deken, die alles had gehoord, drong bij haar aan en zeide: 'Beloof het hem maar!'
Zij beloofde haar vader nu, de niet volbrachte gelofte te volbrengen, waarop deze haar nog bedankte en haar beloofde, goed voor haar te zullen bidden zodra hij verlost was. Daarna verdween de geest.
Na die tijd had het meisje geen last meer en werd de emmer met melk niet meer omgestoten.
Enige dagen na de laatste verschijning van de schim ging het meisje barrevoets en op water en brood op weg naar Scherpenheuvel, om de gelofte van haar vader te volbrengen. Een aantal bewoners van het dorp, die het bijzondere voorval hadden vernomen, - het was spoedig overal bekend, - sloten zich bij haar aan.
Na de gelofte te hebben volbracht, leefde zij nog maar een half jaar, want voor degene, die een ziel uit het vagevuur verlost, bidt de verloste zo vurig, dat hij of zij die haar verloste, ook spoedig daarna uit het leven wordt weggenomen.

Onderwerp

SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)    SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   

Beschrijving

Een weesmeisje, in dienst als koeienmeisje, wordt door de boer van diefstal verdacht, omdat de koeien onder haar hoede zo weinig melk opleveren. Maar het meisje kan er niets aan doen: terwijl zij melkt, schopt een onzichtbare kracht de emmer melk om.
De boer haalt er een deken bij. Die geeft het meisje de opdracht om om te kijken: dan zal ze zien wie het spook is. Het meisje schrikt: het spook is haar overleden vader!
De vader vertelt dat hij tijdens zijn leven een belofte om op bedevaart te gaan, niet heeft vervuld. Het meisje moet het alsnog voor haar doen.
Het meisje doet het en haar vader bidt daarna zo vurig voor haar ziel, dat zij spoedig daarna ook uit het leven wordt weggenomen.

Bron

Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970

Commentaar

1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van verzuimde bedevaarten en ongeldige missen'
Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)

Naam Locatie in Tekst

Meerssen    Meerssen   

Scherpenheuvel    Scherpenheuvel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20