Hoofdtekst
De zondagsschenners gestraft
Twee vissers uit Grevenbicht waren op zekere nacht gaan vissen. De vangst viel nogal mee. Maar toen het op de kerktoren in de nabijheid twaalf uur sloeg, hoorden zij plotseling vanuit de verte een gedruis dat naderde. Het was juist of paarden schepen aan de lijn optrokken, hoewel buitengewoon vlug.
Terwijl zij nog keken in de richting van het gedruis, zagen zij langs de oever van de Maas een groot zwart paard komen aanrennen. Het had ogen als grote bollen van vuur. Het brieste en snoof dat de vuurstralen uit de neus van het dier spoten. Terwiji het galoppeerde, sloegen de vonken onder zijn hoeven uit de grond.
De vissers begrepen al gauw wat voor soort paard dat was. In hun angst begonnen zij te bidden en te bidden. Het zweet gutste hun langs het lijf, maar zij hielden niet op want het paard holde maar langs de oever heen en weer, rond de plaats, waar hun netten lagen.
Eindelijk begrepen zij, waarom hun dat ten deel kwam. Zij hadden er niet aan gedacht, dat zij in een nacht voor een zondag waren gaan vissen. Het duurde nog geruime tijd, eer het beest verdween en toen zij de netten inhaalden, waren de mazen als 'door hoeven stukgetrapt'.
Twee vissers uit Grevenbicht waren op zekere nacht gaan vissen. De vangst viel nogal mee. Maar toen het op de kerktoren in de nabijheid twaalf uur sloeg, hoorden zij plotseling vanuit de verte een gedruis dat naderde. Het was juist of paarden schepen aan de lijn optrokken, hoewel buitengewoon vlug.
Terwijl zij nog keken in de richting van het gedruis, zagen zij langs de oever van de Maas een groot zwart paard komen aanrennen. Het had ogen als grote bollen van vuur. Het brieste en snoof dat de vuurstralen uit de neus van het dier spoten. Terwiji het galoppeerde, sloegen de vonken onder zijn hoeven uit de grond.
De vissers begrepen al gauw wat voor soort paard dat was. In hun angst begonnen zij te bidden en te bidden. Het zweet gutste hun langs het lijf, maar zij hielden niet op want het paard holde maar langs de oever heen en weer, rond de plaats, waar hun netten lagen.
Eindelijk begrepen zij, waarom hun dat ten deel kwam. Zij hadden er niet aan gedacht, dat zij in een nacht voor een zondag waren gaan vissen. Het duurde nog geruime tijd, eer het beest verdween en toen zij de netten inhaalden, waren de mazen als 'door hoeven stukgetrapt'.
Onderwerp
SINSAG 0351 - Spukpferd zertritt die Netze der Fischer, die am Sonntag fischen.
  
Beschrijving
Twee vissers die in de nacht op zondag gaan vissen, krijgen onaangenaam bezoek van een groot, zwart paard dat maar op en neer blijft galopperen langs de oever van de Maas. Toen de vissers de netten inhaalden, waren de mazen als 'door hoeven stukgetrapt'.
Bron
Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.
Herdruk: ca. 1970
Herdruk: ca. 1970
Commentaar
1925 (Herdruk ca. 1970)
Dit verhaal is te vinden in het hoofdstuk 'Van zondagschennissen'.
Spukpferd zertritt die Netze der Fischer, die am Sonntag fischen
Naam Locatie in Tekst
Grevenbicht   
Maas   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
